Categorie archief: Filosofie

Het Allerbelangrijkste?

Om drie uur waren op 11 maart 2011 in Japan vele dromen uiteengespat...

Op 11 maart 2011, om 3 uur, waren in Japan vele dromen uiteengespat…

Regel­matig en toen­e­mend word ik gecon­fron­teerd met de vraag wat het belan­grijk­ste is in mijn leven. Niet dat die vraag me wordt gesteld door mensen om me heen. Hij bevindt zich in m’n hoofd. Min of meer op de achter­grond, maar toch nadrukke­lijk. Je zou het kun­nen omschri­jven als het tikken van de klok op een tijd­bom. Het tikken van de klok zelf heeft iets gerust­stel­lende. Iets vertrouwds. Maar je weet dat het tikken bewi­jst, dat de tijd voortschri­jdt. Als een oude heer die met een wan­del­stok voor­bij wan­delt. Het gaat niet snel, maar op een onbe­waakt ogen­blik is hij ineens uit het zicht verdwenen.

Lees verder

Over Utopie en Najagen van Wind

Hoop heeft te maken met een eind­punt. Hoop zegt ons drie din­gen: er is een doel, dat doel is te bereiken en het doel is iets om naar uit te kijken. Het is niet logisch om te hopen op iets dat niet gun­stig voor je is. En een doel dat je niet kunt bereiken is een utopie. Het naja­gen van dat doel of hopen dat het (eens) waar wordt is zin­loos. Om deze rede­nen leven de mensen steeds meer van dag tot dag. Mor­gen is nog ver weg en gis­teren bestaat niet meer. Aan de andere kant, tra­cht men in alge­meen wel de eeuwigheid bin­nen te halen, door alvast een oploss­ing te bedenken voor het prob­leem dat men mor­gen verwacht: het ster­ven. Dood gaan is het enige dat zeker is als men naar de toekomst kijkt. Het is dus de dood die moet wor­den over­won­nen, want de dood is geen doel dat men najaagt, maar een onafwend­baar (nood)lot. En het liefst vin­den we van­daag nog een oploss­ing, want mor­gen is het miss­chien te laat.

Lees verder

Gelijk aan God

Maar, iemand heeft ergens betu­igd, zeggende: Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, of des mensen zoon, dat Gij naar hem omziet?”

Hebreeën 2:6

Een ‘groot’ denker uit de peri­ode, die men de ver­licht­ing noemt: Jean-Jacques Rousseau

Het zelf­beeld van de mens in onze tijd, stelt dat van de tijd van de ver­licht­ing in de schaduw.

De algemene gedachten ten opzichte van de mens zijn ongek­end posi­tief. Er is bijna niets dat hem onmo­gelijk is en hij denkt overal aan.

De vraag is dan ook niet af of er nog een God geïn­ter­esseerd is in de mens, maar of de mens nog wel geïn­ter­esseerd is in een God.

En om die reden wil ik het deze week hebben over de atten­tiewaarde die uit­gaat van de kreet: “wat is de mens?”.

De psalmist, bij wie de schri­jver aan de Hebreeën, leen­t­je­buur heeft gespeeld, vraagt zich dat in alle ernst af: “Wat betekent nu die mens?”

Hij vergelijkt die mens met de rest van de schep­ping. En ter­wijl hij de ster­ren staat te bewon­deren (reken maar dat er in die tijd en op die plaats een aan­tal te zien waren), over­weldigt hem plot­sel­ing de groot­sheid van Gods werken.

Lees verder

Bezigheid als therapie 2

Onder de laat­ste cat­e­gorie, de echte zoek­ers, bevin­den zich de meeste religieuzen en gelovi­gen in de kerken. Ook zij besef­fen, dat er iets aan hun leven ont­breekt. Maar omdat hun denken geïm­preg­neerd is met de wens om zichzelf te bevredi­gen, zijn ook zij op zoek naar wel­vaart. Geestelijke welvaart.

Prachtig van bin­nen, maar wat als je dat aan de buitenkant niet kunt zien?

Van­wege ons belev­ings­gerichte denken, willen we bezig gehouden wor­den. Als we er maar niet meer aan hoeven te denken. Want als we er niet aan hoeven te denken, voe­len we ons tevre­den. Als die stem die voort­durend fluis­tert: “Ja, maar …” maar over­stemd wordt.

Lees verder