Regelmatig en toenemend word ik geconfronteerd met de vraag wat het belangrijkste is in mijn leven. Niet dat die vraag me wordt gesteld door mensen om me heen. Hij bevindt zich in m’n hoofd. Min of meer op de achtergrond, maar toch nadrukkelijk. Je zou het kunnen omschrijven als het tikken van de klok op een tijdbom. Het tikken van de klok zelf heeft iets geruststellende. Iets vertrouwds. Maar je weet dat het tikken bewijst, dat de tijd voortschrijdt. Als een oude heer die met een wandelstok voorbij wandelt. Het gaat niet snel, maar op een onbewaakt ogenblik is hij ineens uit het zicht verdwenen.
Categorie archief: Filosofie
Over Utopie en Najagen van Wind
Hoop heeft te maken met een eindpunt. Hoop zegt ons drie dingen: er is een doel, dat doel is te bereiken en het doel is iets om naar uit te kijken. Het is niet logisch om te hopen op iets dat niet gunstig voor je is. En een doel dat je niet kunt bereiken is een utopie. Het najagen van dat doel of hopen dat het (eens) waar wordt is zinloos. Om deze redenen leven de mensen steeds meer van dag tot dag. Morgen is nog ver weg en gisteren bestaat niet meer. Aan de andere kant, tracht men in algemeen wel de eeuwigheid binnen te halen, door alvast een oplossing te bedenken voor het probleem dat men morgen verwacht: het sterven. Dood gaan is het enige dat zeker is als men naar de toekomst kijkt. Het is dus de dood die moet worden overwonnen, want de dood is geen doel dat men najaagt, maar een onafwendbaar (nood)lot. En het liefst vinden we vandaag nog een oplossing, want morgen is het misschien te laat.
Gelijk aan God
“Maar, iemand heeft ergens betuigd, zeggende: Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, of des mensen zoon, dat Gij naar hem omziet?”
Hebreeën 2:6
Het zelfbeeld van de mens in onze tijd, stelt dat van de tijd van de verlichting in de schaduw.
De algemene gedachten ten opzichte van de mens zijn ongekend positief. Er is bijna niets dat hem onmogelijk is en hij denkt overal aan.
De vraag is dan ook niet af of er nog een God geïnteresseerd is in de mens, maar of de mens nog wel geïnteresseerd is in een God.
En om die reden wil ik het deze week hebben over de attentiewaarde die uitgaat van de kreet: “wat is de mens?”.
De psalmist, bij wie de schrijver aan de Hebreeën, leentjebuur heeft gespeeld, vraagt zich dat in alle ernst af: “Wat betekent nu die mens?”
Hij vergelijkt die mens met de rest van de schepping. En terwijl hij de sterren staat te bewonderen (reken maar dat er in die tijd en op die plaats een aantal te zien waren), overweldigt hem plotseling de grootsheid van Gods werken.
Bezigheid als therapie 2
Onder de laatste categorie, de echte zoekers, bevinden zich de meeste religieuzen en gelovigen in de kerken. Ook zij beseffen, dat er iets aan hun leven ontbreekt. Maar omdat hun denken geïmpregneerd is met de wens om zichzelf te bevredigen, zijn ook zij op zoek naar welvaart. Geestelijke welvaart.
Vanwege ons belevingsgerichte denken, willen we bezig gehouden worden. Als we er maar niet meer aan hoeven te denken. Want als we er niet aan hoeven te denken, voelen we ons tevreden. Als die stem die voortdurend fluistert: “Ja, maar …” maar overstemd wordt.



