Een liefhebbende God
“en de hoop maakt niet beschaamd, omdat de liefde Gods in onze harten uitgestort is door de Heilige Geest, die ons gegeven is”
Romeinen 5:5
De mens is een gezelschapswezen. Dat betekent, dat hij het nodig heeft om temidden van soortgenoten te zijn. Een kluizenaar is in feite een vreemde eend in de bijt.
Het alleen zijn is voor de mens tegennatuurlijk. Dat er desondanks toch mensen zijn die voor langere tijd of misschien zelf wel levenslang de eenzaamheid opzoeken, is dan ook het gevolg van de zondeval.
De vervreemding van God heeft er voor gezorgd, dat de natuurlijke omgang van de mensen met elkaar niet meer is wat het hoort te zijn. Je zou kunnen zeggen, dat het cement tussen de stenen er niet meer is.
Een gewonnen strijd
“Want aan u is de genade verleend, voor Christus, niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden, in dezelfde strijd, die gij eens van mij hebt gezien en nu van mij hoort.“
Filippensen 1:29–30
Het kan aanzienlijk stormen in het leven. Sommigen lijken er wat dat betreft meer met hun neus in de boter te vallen dan anderen.
Net zoals mensen die gaan wonen op de uiterste punt van een landtong in een vuurtoren.
Ze vragen als het ware om moeilijkheden, want die vuurtoren is juist in dat ruige gebied neergezet om schepen op dat punt de juiste weg te wijzen.
Een dag der wrake
“Hiervan toch ben ik ten volle overtuigd, dat Hij, die in u een goed werk is begonnen, dit ten einde toe zal voortzetten, tot de dag van Christus Jezus”
Filipenzen 1:6
EEN NIEUW TIJDPERK
We hebben het er vaker over gehad, maar met de komst van Jezus op deze aarde is een totaal nieuw tijdperk begonnen. Een nieuwe bedeling of ordening. Iets dat van een geheel andere orde is. Hetgeen, dat is geweest, verjaart en is niet ver van verdwijning. Het oude is voorbij gegaan; zie het nieuwe is gekomen.
In de synagoge van Nazareth betuigden de toehoorders hun instemming met de woorden van genade die over de lippen van Jezus kwamen: De Geest des Heren is op Mij,.. Jezus citeerde die woorden uit de boekrol van Jesaja, die Hem ter hand werd gesteld. In die dagen was nog geen vast systeem voor het lezen van bepaalde gedeelten uit de Schrift, vandaar dat men zich er over verwonderde, dat Jezus juist dat gedeelte las.
Alle ogen waren gericht op Degene van wie ze al zo veel hadden gehoord en men hield de adem in: nu komt het, nu zullen we de tekenen en wonderen zien, die elders reeds waren geschied.


