Het lied van de overwinnaar (deel 2) "Het woord van Christus wone rijkelijk in u, zodat gij (...) Gode dank brengt in uw harten" Kolossenzen 3:16a + c |
Een spoor van vernielingAls Paulus zo rondtrekt en een spoor van verderf achter zich laat, zijn de Schriftgeleerden verheugd. Eindelijk iemand die voor hen de kooltjes uit het vuur haalt. En steeds weer opnieuw verschaffen ze hem vrijmacht om op andere plaatsen de gelovigen in die Jezus van Nazareth voor de rechter te slepen. Dat daar zo nu en dan een dode bij te betreuren valt is vervelend, maar waarschijnlijk niet te voorkomen. Trouwens hoe meer Paulus tegen hen optreedt, hoe meer er lijken te komen. Maar diep in zijn hart begint er iets te knagen. Het lijkt wel vechten tegen de bierkaai. Vreugde en een gevoel van iets goeds doen ontstaat er in ieder geval niet. Maar niemand had ooit beweerd, dat het dienen van God vreugde zou betekenen. Het betekent strijd, kommer en kwel. Dat is ook logisch want niemand is in staat de standaard te halen, die God in zijn alwetendheid heeft gesteld. Paulus hoopt in elk geval, dat zijn streven om zijn God welgevallig te zijn een gunstige invloed zal uitoefenen op het eindoordeel. En zo trekt hij voort van stad tot stad, van dorp tot dorp, om uit te roeien hetgeen zo tegen zijn hele gevoel van Godswaardigheid in gaat. En zo is hij onderweg naar Damascus. Rennend over 's Heren wegen, jagend naar ... Tja, naar wat eigenlijk? God heeft het handelen van Paulus gevolgd. En in het hart van de Vader is een grote liefde voor deze verblinde farizeeër. Het wonderlijke in het hele verhaal is dat God hem laat gaan. Blijkbaar is het nog niet Zijn tijd. En velen vallen onder de handen van Paulus. De meesten worden gewoonweg zonder pardon in de gevangenis geworpen, maar er zijn er ook, zoals Stefanus, die sterven. God laat Paulus begaan. Wellicht dat God ook met de martelaren iets beters voor heeft. De krans voor hen en voor degenen die in andere tijden onder de slagen van het rijk der duisternis hun leven geven, ligt gereed. Het is dus niet het einde, bij het lichamelijk sterven. |
Het kennen van de Hemelse VaderOndanks dat God het centrum inneemt in het denken van Paulus, kent hij de hemelse Vader niet. Hij heeft nog nooit van Hem gehoord. Hij heeft er geen weet van wat er in het hart van de Vader omgaat. Hij weet niet hoe God vol mededogen op hem neerziet. Dan, onverwacht, komt God in actie. Midden op de dag, in een wit licht, spreekt de Vervolgde tot het hart van de vervolger. Het hart, dat zo verduisterd is, dat er zelfs een direct en krachtdadig ingrijpen van Christus nodig is om Paulus tot de orde te roepen. Het verzet in het hart van Paulus is gebroken. In de natuurlijke wereld blind, maar plots in de geestelijke wereld ziende. En dat gegeven slaat in als een bom. En hij, die eerst anderen bij de hand nam, wordt nu zelf bij de hand genomen en gebracht naar een plaats waar hij de zaken eens op een rijtje kan zetten. Hoe anders kan het gaan. Steeds overtuigd op het juiste pad te zitten, blijkt ineens op het verkeerde paard gewed te zijn. Paulus is een gebroken man. Al zijn eigenwaarde en eigendunk is in 1 klap weggevaagd. Niets is er nog over. Zijn trots is vergaan. Maar zoals het steeds is als je oog in oog staat met de levende God: er is geen ruimte voor trots of eigenwaarde. Er komt een verloren zoon thuis. Reeds van voor zijn studie aan de voeten van Gamaliël was Paulus voorbestemd als werktuig van God. Van voor de moederschoot was hij reeds apart gezet. En hij legt alle eigen kunnen, alle eigen kennis, neer aan de voeten van het kruis van Degene, die hij zo fanatiek vervolgde. En hij laat zich onderwijzen door de Levende: Paulus wordt zacht. Hij veranderd. God breekt af, om daarna weer opnieuw te bouwen. Ditmaal echter in de kracht van de Geest. Niet in de kracht van een mens, maar in de sterkte van de Zoon van Gods liefde. |
Het hart van PaulusIn het hart van Paulus ontstaat iets waarvan hij in de verste verte niet wist dat het bestond. Hij krijgt een levende relatie met God. Een broeder die hem de handen oplegt en bevrijdt van zijn verblinding, deelt hem de gemeenschap met de Heilige Geest mee. Paulus wordt een andere mens. Een nieuwe schepping, geboren in de schoot van God. Hij aanschouwt God, hij ervaart de liefde van de Zoon, die zijn leven ook voor hem heeft gegeven. Er komt berouw voor de handel en wandel in eigen kracht. Hij maakt het in orde met de verwanten van Stefanus. Paulus wordt de grootste verkondiger van het nieuwe leven in de apostolische tijd. Ditmaal echter ondersteund door de levende God. En hij predikt een gekruisigde Christus, een aanstoot voor degenen die hem eerder de vrijbrief verstrekten voor zijn moord en doodslag. En Paulus wordt zelf een vervolgde. Maar niets kan hem nu nog tegenhouden. In de kracht van God, strijd hij voor het evangelie. Een evangelie van de geweldloosheid. Zonder zwaard en speer, echter met het zwaard des Geestes, voortdurend getrokken. In de natuurlijke wereld zwak, in de geestelijke wereld sterk genoeg om elk bolwerk van Gods vijand te slechten. Eerst in dienst van de geweldenaar, nu in dienst van de Geweldige. Niet door kracht of geweld, maar door de kracht van Gods Geest, zal het geschieden. Gods tempel, bestaande uit levende stenen wordt gebouwd. Ook vandaag de dag worden er nog steeds toegevoegd. Levende stenen, passend in het geheel, tot eer van God en zijn Zoon, Christus Jezus. En die tempel groeit, eindeloos en tijdloos. De geschriften van Paulus, geschreven voor de gemeenteleden in zijn tijd, spreken over hun schouder nog steeds ontelbaren aan. Nog steeds worden er mensen in het diepst van hun wezen aangeraakt door de woorden van Paulus, die hij heeft geschreven onder leiding van zijn Meester en Heiland. |
God is levende GodGod is levend. En zijn Woord is krachtiger dan welk tweesnijdend zwaard dan ook. Het richt op. Het vertroost. Het sticht. Het bemoedigt. Het weerlegt. Paulus, van een dood geloof, overgegaan tot het geloof in de levende God. Opgestaan uit de doden. Of, zoals er letterlijk staat: van tussen de doden. Hij was eerst dood, maar is nu levend geworden. Eerst terneergedrukt door zonde en tekortkomingen, nu opgericht door de machtige hand Gods en bevrijd van al het eigen werk. Niet meer in eigen kracht, maar in Gods kracht. De boze gaat rond als een briesende geweldenaar, zoekend wie hij kan verslinden. Maar Jezus Christus heeft hem overwonnen. En net zoals Paulus diep in zijn hart werd getroffen door het Woord Gods, zo spreekt ook het Levende Woord tot ons hart. Christus wil in ons hart binnen komen en maaltijd met ons houden. God zoekt de gemeenschap met zijn schepselen, u en ik. Zijn liefde gaat naar ons uit en Hij is lankmoedig, dat wil zeggen: vol van geduld, ondanks onze misstappen. En Hij roept. Je kunt het lezen in de brieven die Paulus heeft geschreven. Wie je ook bent, waar jij je ook bevindt: God roept je. Wat je ook hebt gedaan, wat je ook doet: God houdt van je. En Hij wil je een nieuw hart geven. Een veranderd denken. Licht in het duister. Vergeving van zonden. Vreugde in plaats van verdriet. Zin in plaats van onzin in je leven. Leven in plaats van dood. |




