Het lied van de overwinnaar (deel 1) "Dit alles om Hem te kennen en de kracht zijner opstanding en de gemeenschap aan zijn lijden, of ik, aan zijn dood gelijkvormig wordende, zou mogen komen tot de opstanding uit de doden" Phillipenzen 3:10-11 |
Een markante figuurPaulus is een markante figuur uit het nieuwe testament. Geen enkele van de discipelen heeft zich zo laten kennen als de apostel Paulus. We leren hem ook kennen als een man van uitersten. Niet dat hij, net als Petrus in zijn onbekeerde staat wispelturig was. Nee, wat Paulus eenmaal in zijn hoofd had gezet, daar nam hij vooralsnog geen afstand van. Hij zette zich tot de bodem in voor de zaak waarin hij geloofde. Petrus was meer een windvaantje. Pas toen hij zijn harte-ontmoeting met zijn Meester had gehad, kwam er stabiliteit en kracht in het leven van Petrus. Paulus kwam uit een andere cultuur. Hij was opgegroeid aan de voeten van de beste leermeesters van zijn tijd. Zijn ouders waren blijkbaar vermogend genoeg geweest om hem die begeerde opleiding aan de school van de schriftgeleerden te laten volgen. En Paulus liet het er niet zomaar vanaf hangen. Hij zette zich in, meer dan zijn klasgenoten en schopte het verder. Hij werd de knappe kop van de klas en gaf zijn medestudenten het nakijken. Niemand haalde een hogere waardering dan hij. Aan Paulus was zijn opleiding wel besteed geweest. Zijn ouders konden trots op hem zijn. Je kende ze in die tijd vanzelfsprekend nog niet, maar in zijn hart was Paulus een jezuïet. Net zo fanatiek en net zo gedreven, was hij er van overtuigd, dat hij een hogere roeping had. Per slot van rekening was het feit dat hij het zover schopte, een bewijs van de aanwezigheid van Gods goedkeuring in zijn leven. Een God, die hem steeds verder opzweepte. Meer kennis, daardoor meer macht. Steeds weer nieuwe horizonten in kennis en steeds meer gedrevenheid om die te ontdekken. God bevond zich in het centrum van zijn gedachten. Altijd was hij bezig met God. En alhoewel hij niet de illusie had, Hem ooit als persoonlijkheid te leren kennen, richtte hij zich in heel zijn wezen op het dienen van Degene die bestond uit laaiend vuur. Vreselijk zou het zijn te vallen in de handen van de levende God. En daar kwam je terecht, als je niet deed wat Hij van je verlangde. En naarmate hij meer kennis kreeg van de wetten en de regels die het jodendom zo kenmerken, raakte hij er van overtuigd, dat hij in feite nog niets wist. |
Goddelijk mandaatZo werd Paulus tot de ongezellige en fanatieke persoon die hij was, als we voor het eerst kennis met hem maken. Paulus was ongenaakbaar. Zijn kennis van de wetten had hem onbereikbaar gemaakt. Immers een zijsprong zou hem kunnen opbreken. Een toevallige fout zou hem vanzelfsprekend worden toegerekend en dan was alles voor niets geweest. Wie op 1 punt de wet overtreedt, heeft aan de hele wet niet voldaan... Oh, het leven van Paulus was niet makkelijk of eenvoudig. Hij pijnigde zijn ziel en onderwierp zijn geest aan de ijzeren discipline van de schriftstudie en de toepassing ervan. En nu had deze Paulus, waarschijnlijk inmiddels lid van het sanhedrin, gehoord van die kleine sekte. Een sekte, die was ontstaan rond de persoon van een gekruisigde misdadiger. Want een misdadiger was het. Immers hij had zichzelf aan God gelijk gesteld. En dat was in de ogen van de met Goddelijke kennis begaafde Paulus een onvergeeflijke zonde. Want geen mens, geen sterveling, kon zich meten met de Onmetelijke. Geen mens kon ooit zien de Onzienlijke, laat staan zichzelf er mee vergelijken. En dan nog maar helemaal niet te spreken van aan de Almachtige gelijk zijn. Ongehoord. Ondenkbaar. Het was terecht, dat de Romeinen deze misdadiger terecht hadden gesteld. Wonderlijk dat God deze, afgoden- dienende, heidenen had gebruikt, om deze godvergeten zondaar, die ze Christus en koning der joden noemden, uit het leven te halen. Het liefst had hij het zelf gedaan, maar daarvoor ontbraken toentertijd de middelen en de tijd. Maar zijn kans kwam. De sekte breidde zich uit. Er kwamen nog meer van die lui, die zijn God trachtten te tarten met hun Godslasterlijke gezwets. Overal ontstonden groepen die zingend en predikend hun eigen tijd en die van de Godvrezenden, zoals hij, aan het verdoen waren. Notabene in de tempel, de plaats waar slechts devotie en afstand paste, stonden ze oplopen te veroorzaken. |
In Gods handZe waren aanstekelijk en aantrekkelijk in hun eenvoud. Vandaar dat het gewone, geen kennis bezittende volk, er door werd aangesproken. Het volk was immers niet in staat om de gedachtenspinsels te weerleggen. Paulus minachtte hen. Het waren simpele, door God verworpen, zielen. Maar hij had geen medelijden. Want dat paste niet binnen zijn denkkader. Zo was zijn God ook niet. Als hij een misstap maakte, was hij er zeker van dat God hem genadeloos zou straffen. En deze lui moesten ook worden gestraft. Hun mond moest worden gesnoerd. Hun moest het zwijgen worden opgelegd. Maar hoe? Paulus raakte er steeds meer van overtuigd, dat hij het instrument in Gods hand zou zijn. Naarmate hij er meer over nadacht, werd hem duidelijk dat al zijn kennis en macht hem tot dit doel hadden gevormd. Hij zou deze gemeente van goddelozen vernietigen. Hij zou een heilige, door God gesteunde, oorlog tegen hen ontketenen. Dat zou hem in een goed blaadje brengen bij God. Zijn acties tegen deze sekte zouden als een tegoed op zijn hemelse rekening aangroeien. Zijn besluit stond vast. Hij zou het sanhedrin verzoeken om reisbrieven; die hem in de gelegenheid zouden stellen om, waar en wanneer hij het maar wilde, sekteleden zonder enige vorm van proces uit hun huizen te halen. Hij zou laten zien wat het betekende om de levende God te beledigen. Hij zou als een engel der wrake God recht verschaffen. |
Moord en dreigingEr brak een tijd aan van een zekere verademing. Hij kon zich richten op iets anders dan de pure studie. Even los van de boeken, was nu de tijd van actie aangebroken. En Paulus liet er geen gras over groeien. Vol van woede en boosheid trok hij door het land. Hij ondervroeg de leiders van de synagogen of in hun regio misschien leden van de verderfelijke Jezussekte aanwezig waren. Was dat het geval, dan sleepte hij hen voor de joodse rechtbanken. Er moest echter niet al te lang bij stil gestaan worden. Te praten viel er in elk geval niet. Alhoewel het hem wel opviel dat er bij geen van de sekteleden een spoor van hardheid en geweld te bespeuren viel. Maar dat drukte hij weg. Er was geen ruimte voor mededogen in zijn granieten en standvastige hart. Paulus was op dreef. Moord en dreiging blazende trok hij met een groep getrouwen door het joodse land. Er ging een roep van hem uit. En overal waar hij kwam zaaide hij dood en verderf. Maar hij diende de heilige zaak. En zijn God gezeten op de onbereikbare troon glimlachte. |
Lees het volgende deel van dit artikel




