De Autosloperij. | Jezus zegt: "Hoort en verstaat!" |
VervallenHet had toch wel veel van de vitaliteit verloren. Maar in de kern was het er nog steeds. Als je goed om je heen keek, zag je het in alles: de hand van zijn vader. De hele omgeving lag bezaaid met autowrakken. Allemaal van dezelfde fabriek, maar allemaal verschillende modellen. De auto's waren geen van alle nog bruikbaar. Elk exemplaar miste iets essentieels. Zodoende lagen of stonden ze allemaal in meer of mindere mate te vergaan. Zijn vader had elk model met de meeste liefde samengesteld. Elk onderdeel was met de grootste zorg ontwikkeld. En het deed hem verdriet te moeten constateren, dat van het oorspronkelijke idee nog maar zo weinig terecht was gekomen. En even voelde hij weer de intensiteit van de hartstocht die hij bij zijn vader had bemerkt, toen deze hem met zijn opdracht op weg had gestuurd. En nu stond hij daar. Hij keek rond over het terrein. En weer drong het uitzichtloze van de situatie tot hem door. Alles was aanwezig, maar alles was vervallen. Onbruikbaar. Maar ondanks dat wist hij, dat hij tot het uiterste zou gaan, om alles weer in de glorie van het begin te herstellen. Het zou echter niet zonder slag of stoot zijn. |
Confrontatie"Zo en wat moet jij hier?" Een ijzige stem deed hem verkillen tot op zijn botten. Alf Omega draaide zich om en keek in het bezwete gezicht van een kleine, gedrochtelijk figuur. Het stond daar met in de ene hand een voorhamer en in de andere een breekijzer. Het was duidelijk, dat het zojuist bezig was geweest om nog wat wrakken uit elkaar te halen. Een paar kille ogen priemde in die van hem. Even sloeg hem de angst om het hart, maar dan vermande hij zich en rechtte zijn rug: "Ik kom de hele handel opeisen" zei hij met autoriteit. De kille ogen vlamden: "En wie breng je daarvoor mee?" Zonder iets te zeggen, liep Alf het terrein af. Het gedrocht hobbelde nieuwsgierig, maar ook wat verontrust achter hem aan. Dat was interessant. De eigenaar van de fabriek had zijn zoon gestuurd. In feite had hij hem al veel eerder verwacht. De gedachte had hem vaak met een afgrijselijke angst vervuld. Nachtmerries had hij er van gehad. En nu was hij er dan. In zekere zin viel het wat tegen. In plaats van de krachtdadige figuur, leek dit hem een doetje toe: Hij zou er snel korte metten mee maken. Daarna zou niets hem meer in de weg staan. Hij zou de hele handel totaal met de grond gelijk maken. Slechts dat zou hem de voldoening geven, waar hij al jaren naar uit had gezien. Hij dacht terug aan de tijd, dat hij zelf nog in de fabriek werkte. Alles was toen anders. Ook hijzelf was toen niet het gedrocht wat hij nu voorstelde. Maar de haat had hem misvormd. Indertijd was hij, een kundig medewerker, ingehuurd om te werken aan de perfecte modellen, die van de band zouden rollen. Hij had zichzelf de rol van baas toegedacht, per slot van rekening had hij daar alle kwaliteiten voor, vond hij zelf. Maar de eigenaar had anders gedacht: een van zijn eigen familie zou de fabriek erven en het werk voortzetten. Hij mocht alleen maar helpen! Vanaf dat bewuste moment besloot hij de eigenaar dwars te zitten waar hij maar kon. Samen met een derde van alle werknemers was hij zijn eigen destructieve weg gegaan. En zo was hij werkzaam op het terrein, waar hij nu al jaren heerste als ongekroonde koning: het terrein waar elk model vanuit de fabriek werd getest op zijn unieke eigenschappen. Alleen van testen was, dankzij hem en zijn trawanten, niet veel van terecht gekomen. Het terrein was door hen onbegaanbaar gemaakt. En degenen, die in de loop van de jaren een test met een nieuw model hadden aangedurfd, lagen nu eveneens op de grote hoop waardeloze troep. Ja, hij had de zaak goed onder controle. Het deed hem een vreugdeloos plezier, elke auto zodanig te bewerken, dat van al de oorspronkelijke kwaliteiten uiteindelijk niets meer overbleef. Geen enkele auto bleef intact. Nu stonden ze te verroesten op het onmetelijke terrein. |
UitdagingIn gedachten liep de ex-medewerker achter Alf aan, het terrein af. Hij voelde zich al niet meer zo erg onzeker. En nachtmerries zou hij ook niet meer hebben. Alf stond intussen stil. Met zijn handen in zijn zij, draaide hij zich om en keek zijn opponent strijdlustig aan. "En wat dacht je daar van?" Het gedrocht stond als aan de grond genageld. Vlak voor hem stond de mooiste auto, die hij ooit had gezien. Een geheel nieuw model, maar onmiskenbaar een exemplaar uit de fabriek die hij zo hartgrondig haatte. Hij voelde zijn hart een slag overslaan en rochelde iets onverstaanbaars. Hij liet zijn breekijzer en de moker uit zijn handen glijden. Alf keek op hem neer en glimlachte. "Dat had je niet gedacht, he? Je had er natuurlijk geen rekening meer mee gehouden, dat mijn vader er uiteindelijk toch nog toe in staat zou zijn". Zijn tegenstander zei niets. Hij wankelde lijkbleek om de auto heen. Als dit model op de weg zou komen, was al zijn sloperswerk voor niets geweest. Met een ruk draaide hij zich om. "Vergeet het maar!" schreeuwde hij uitzinnig. "Je redt dit nooit" Hij vloekte. "Het zal met dit model net zo gaan als met al die andere: Verrotten zonder een kilometer te hebben gereden". Plotseling veranderde zijn houding. Met een grijns wendde hij zicht tot Alf. "Ach, sorry, ik schiet een beetje uit mijn slof" In een poging om minzaam te zijn, legde hij zijn klauw op de schouder van Alf. Hij wees op de enorme hoop roest waar hij de laatste jaren huis had gehouden. "Wat zou je ervan vinden als ik je dit alles geef?" De grijns verbreedde zich. "Het enige dat je daarvoor hoeft te doen is..." Hij aarzelde een moment. "..is dit exemplaar aan mij geven". "Mijn vader wil dat ik een testrit maak" antwoordde Alf kortaf. Het gedrocht vloekte opnieuw. "Maar dat lukt je nooit. Het heeft toch helemaal geen zin?" Alf keek hem doordringend aan: "Als ik die testrit maak, en dat doe ik, zal blijken dat dit model zo goed is dat de reputatie van mijn vader in een keer zal zijn hersteld. Er rest jou dan niets anders dan al die vorige exemplaren weer terug geven aan de fabriek: jij hebt er dan niets meer aan". Alf dacht een moment na. "Mijn vader heeft mij de opdracht gegeven om een deal met jou te sluiten". Het gedrocht loerde hem wantrouwend aan. Het gevoel van misselijkheid werd sterker. "Ik maak die testrit en als die slaagt, dan overhandig jij mij de sleutels van het terrein; en zijn alle wrakken die erop staan van mij!" Zijn tegenstander keek Alf woedend aan. Vervloekt, hij had geen keus! Als dit model slaagde was het niet meer belangrijk, dat al die andere modellen de test nooit hadden gehaald. Er was er dan 1 die wel voldeed. Zijn slag was dan, hoe dan ook, verloren. Hij had zich immers voorgenomen om te bewijzen, dat uit de fabriek nooit een goed model zou rollen. Uiteindelijk zou dat het faillissement van de eigenaar betekenen, want die had immers niet waar gemaakt wat hij had beloofd. En daar was 'ie op uit; de eigenaar belemmeren zijn plan waar te maken. En tot dit moment was hij daarin geslaagd, echter.. nu dreigde er een kink in de kabel te komen. Hij zuchtte. Maar toen drong het tot hem door, dat er nog geen man overboord was: de testrit was immers nog niet gereden! |
Strijd"Goed" gromde het gedrocht. "Vooruit dan maar. Je weet niet waar je aan begint, maar rijdt die rit maar. Je zult zien dat er vast wel het 1 en ander aan mankeert". Hij keerde zich weer om en keek met onverholen afgrijzen naar het nieuwe model. Hij raapte zijn voorhamer en breekijzer weer op en sleepte zichzelf binnen het hekwerk: er viel nog wat sloperswerk te verrichten. Alf stond nog steeds met zijn handen in zijn zij. In gedachten staarde hij naar het nieuwste model. Nu was het er op of eronder. Hij keek door het hek naar die eindeloze rij verroeste auto's. Ze stonden werkeloos in de blakende zon. Het zou toch fantastisch zijn als zijn vader en hij er weer mee aan de gang konden gaan. Ze hadden alle apparatuur en kennis in huis om er weer wat moois van te maken. En ook het terrein zou weer in de oorspronkelijke staat worden hersteld. Daar geloofde hij onvoorwaardelijk in. Een enorme blijdschap vervulde zijn hart. Al zijn kennis, al de vaardigheden die hij van zijn vader had geleerd, zouden hem er doorheen halen. Hij stond er echter wel alleen voor. Geen mens zou hem bij die laatste etappe kunnen helpen. De motor was warm en snorde geruststellend. De tank was vol en ook Alf was er klaar voor. Ondanks de zenuwen die door zijn lijf gierden, wist hij dat zijn vader niets aan het toeval had overgelaten. Zijn vader en hij hadden alle details van de testrit tot in de puntjes doorgenomen. Steeds weer opnieuw. Alleen: dat was dan wel theorie. En hier was hij nu: midden in de praktijk. Hij gespte de veiligheidsriem vast en liet de wagen langzaam het terrein oprijden. Links en rechts van de weg stonden het gedrocht en zijn trawanten. Er stond een duistere spanning in hun ogen te lezen. Alf was er zeker van dat ze alles op alles zouden stellen om de testrit te laten mislukken. Niemand kon nu nog iets voor hem doen. Hij keek voor zich en gaf gas. De auto reageerde direct en spoot vooruit. Links van hem doemde de springschans op. Het bestond uit twee tegenovergestelde hellingen met een onderlinge afstand van vele meters. Daar ging het om. Daar moest hij overheen. Als hij die kon nemen zonder tussen de twee leggers terecht te komen, was de rit geslaagd. Hij keek op de toerenteller en gaf wat gas bij. De versnelling duwde hij soepel een standje hoger. De wagen deed wat er werd verlangd. Hij draaide de bocht in en zag de schans opdoemen. Snel kwam die dichterbij. Er ontstond een bal in Alf's maag. "Oh, vader, ik weet dat je gelijk hebt". Alf begon te zweten en de bal werd groter en harder. De schans leek hoger dan ze in theorie hadden besproken. Maar zijn vader kon geen ongelijk hebben. Alf deed een ogenblik zij ogen dicht en zag voor zijn geestesoog het vertrouwde gezicht van zijn vader. Hij zag de glimlach: "Doe het jongen. je zult slagen" Alf schakelde de versnelling en de auto kwam op de snelheid die nog door geen enkel ander model was gehaald. De schans kwam dichterbij en werd hoger en hoger. De wagen begon aan de helling. En terwijl de motor op toeren bleef, schoot de wagen in de richting van de rand van de schans. De toeschouwers stonden vol spanning naar de auto op de schans te kijken. Ze wisten dat het nu erop of eronder was. Maar aan de andere kant wisten ze dat het onmogelijk was, dat de proef zou slagen. Geen enkel model was in staat om die snelheid en het vermogen te ontwikkelen om de schans te overbruggen. Ze zouden straks wel de brokstukken bij elkaar vegen en de restanten bij het overige schroot gooien. Ze hadden dan ook niet meer te vrezen voor iemand, die het ooit nog zou willen proberen, en de eigenaar had maar één zoon. |
OverwinningIn de verte hoorden ze de motor loeien op volle kracht. De wagen suisde soepel de helling op en naderde de rand. Het gedrocht kreeg een bang voorgevoel. De auto bereikte de rand en schoot de lucht in. De motor draaide plots op volle toeren vanwege het wegvallen van de wegweerstand. Het model leek te veranderen in een glanzende raket. Sierlijk maakte het een grote boog en terwijl Alf het gas losliet daalde de auto langzaam richting aarde. De balans van het model was fantastisch. Het gedrocht moest dat met tegenzin toegeven. De vlucht door de lucht leek een eeuwigheid te duren. Iedereen hield de adem in. Daarna trokken sommigen lijkbleek weg. Anderen begonnen te vloeken en het gedrocht stond te kokhalzen. De banden van de auto raakten de schans precies op de juiste plaats. Alf liet de koppeling opkomen en remde langzaam op de motor af. De proef was geslaagd. Het gedrocht was de rechten op het terrein kwijt. Nu was het mogelijk vele afgedankte auto's terug naar de fabriek te halen om te worden opgeknapt. Alf wiste het zweet van zijn hoofd: dankzij de kundigheid en het inzicht, maar bovenal door de aanstekelijke liefde van zijn vader voor zijn produkt, had Alf de moed gehad om de proef af te leggen. Een proef die hem het leven had kunnen kosten: dan was tevens de mogelijkheid van herstel van al die afgedankte auto's verkeken geweest. |




