Ware bidders. "En Hij verliet de stad en ging, zoals Hij gewoon was, naar de Olijfberg. En ook zijn discipelen volgden Hem. En toen Hij aan die plaats gekomen was, zeide Hij tot hen: Bidt, dat gij niet in verzoeking komt. (niet in verzoeking komend) En Hij zonderde Zich van hen af, ongeveer een steenworp ver, knielde neder en bad deze woorden: Vader, indien Gij wilt, neem deze beker van Mij weg; doch niet mijn wil, maar de uwe geschiede! En Hem verscheen een engel uit de hemel om Hem kracht te geven. En Hij werd dodelijk beangst en bad des te vuriger. En zijn zweet werd als bloeddruppels, die op de aarde vielen. En Hij stond op van het gebed en ging tot zijn discipelen en Hij vond hen slapende van droefheid. En Hij zeide tot hen: Waarom slaapt gij? Staat op, bidt, dat gij niet in verzoeking komt (niet in verzoeking komend)." Lucas 22:39-46 | Jezus zegt: "Doch niet mijn wil, maar de Uwe geschiede" |
Wat is bidden?In nieuwtestamentische zin zou je bidden kunnen omschrijven als: "iets of iemand die boven je staat (of in rangorde en autoriteit over jou gesteld is) de juiste plaats toekennen". Beter is het dan ook om het woordje bidden te vertalen met "aanbidden". Het naar iemand toe brengen van je wens tot gemeenschap. Wij hebben van "bidden" iets gemaakt, dat zoveel betekent als: "vragen om iets". We zeggen dat ook: "Ik bid u, doe mij geen kwaad". Bidden staat bij ons dus veel meer in het teken van "smeken" of "dringend vragen". In het nieuwe testament (grieks) wordt voor vragen (naast het gebed) echter een ander woord gebruikt. Als je bidt, zoek je als het ware de ander op. Daarna zet je je aan de voeten van die ander neer en wacht af. Je zegt niets, je vraagt niets, je doet ook niets: je laat het volkomen aan die ander over. In het woord bidden zit namelijk eveneens een totale overgave verborgen. Dat betekent concreet, dat elke uiting van je eigen wil ondergeschikt wordt gemaakt aan de wil van die ander. In "aanbidding" cijfer je jezelf volkomen weg. Wat jij wilt is niet belangrijk. Niet dat het werkelijk niet belangrijk is, maar in aanbidding ben je er namelijk totaal van overtuigd, dat al je wensen en vragen door die ander vervuld worden. En dat zonder dat je er om vraagt. |
Ware aanbiddingJe kunt op verschillende wijzen aanbidden. Met geloof en zonder geloof. Met geloof aanbidden betekent, dat je het van God verwacht. Zonder geloof of met een klein geloof betekent, dat je het van de mens (of van jezelf) verwacht. De farizeeër bad voor de mensen. Hij liet zichzelf aan de mensen zien en verwachtte ook van hen een antwoord, namelijk eer. In ongeloof bidden kan ook: dan verwacht je echter dat de boze het laatste woord heeft. Zie hiervoor ook de serie over het geloof. De ware aanbidder verwacht in feite niets concreets. Hij weet (= gelooft) dat al zijn behoeften (= niet wensen!) bij God bekend zijn en dat Deze altijd in zijn behoeften zal voorzien. Je kunt dus met verschillende motieven bidden: je kunt verwachten iets te ontvangen en je kunt je verwachtingen ondergeschikt maken aan hetgeen God wil geven. Dat laatste kun je alleen maar door het geloof. Het betekent overgave. Het betekent loslaten van jezelf en hetgeen je wenst en wilt. |
Wat ontvangt de aanbidder?De onware aanbidder ontvangt eer van zichzelf of van andere mensen. Daar moet hij het mee doen. Die eer is een drug. Dat betekent, dat het effect verloren gaat na verloop van tijd. Het betekent ook, dat er steeds meer eer van mensen of van jezelf nodig is om tot bevrediging te komen. De ware aanbidder ontvangt eer van God. Omdat de tegenwoordigheid van God wordt gezocht in het ware gebed, ontvangt de ware aanbidder dat ook. Een ander woord voor de tegenwoordigheid van God, is zegen. Met andere woorden: tijdens een ware aanbidding wordt de bidder gezegend door de tegenwoordigheid van God. In Hem ligt alles dat tot leven en godsvrucht strekt gereed voor hem die aanbidt. Voor hem die bereid is zichzelf volkomen over te geven in de handen van God en het alleen, maar dan ook alleen van Zijn tegenwoordigheid te verwachten. In feite is het dan ook voldoende. Want als God zijn tegenwoordigheid aan jou openbaart, zijn alle wensen, verlangens en behoeften vervuld. Er is dan aanvullend niets meer nodig. |
Hoe zit het dan met Jezus?Als we het gedeelte lezen in Lucas, wordt er wel degelijk door Jezus een bepaald verlangen uitgesproken. Wat je echter ziet is het conflict dat in Jezus ontstaat tussen zijn verlangen als mens, en de wens om zich volkomen aan God over te geven. Aan de ene kant spreekt Hij de wens uit, dat "dat de beker aan Hem voorbij mag gaan". Aan de andere kant echter, trekt Hij direct de conclusie: "niet mijn wil, maar de wil van U geschiede". Het gevolg is, dan ook, dat een engel Hem kracht geeft. Het is in deze zinvol om er bij stil te staan dat de engel hem kracht geeft. Hij komt Hem niet te eten geven, net als in het oude testament bij Elia. De kracht die Hij ontvangt is de zegen, oftewel de troostende tegenwoordigheid van God. Want ook Jezus werd, als Hij in aanbidding was, gezegend door de tegenwoordigheid van de Vader. Ook Hij werd gesterkt in zijn geloof. En ook, als Hij dodelijk beangst wordt, als de machten der hel hem trachten te smoren, bidt Hij des te vuriger: om namelijk in de tegenwoordigheid van God te komen. En als Hij later, tot twee keer toe, de discipelen vermaant om te bidden, is dat niet om te "vragen" dat God de verzoeking bij hen weg zal halen. Veelmeer is de betekenis: "bidt, zodat of opdat Gij niet in verzoeking komt" Met andere woorden: als je in aanbidding bent, kom je niet in verzoeking. Omgekeerd: als je in verzoeking dreigt te raken, moet je tot aanbidding komen. Dat is wat Jezus deed en dat is wat Hij zijn discipelen aanraadde. |
Hoe zit het met onze hardop uitgesproken gebeden?Gebed is dus concreet: "Gods aangezicht zoeken". En dat puur om wie God is. Al je wensen, vragen en behoeften laat je achter. Je vertrouwt er op (gelooft) dat God in al je behoeften voorziet. Sterker nog: dat Hij ze kent en dat nog beter en uitvoeriger, dan dat jij ze zelf kent. Maar dat geldt dus ook voor die ander. Al zijn of haar wensen zijn bij God bekend. Die hoef je dus niet nog eens nader uit te spreken. Als je dat echter al doet, dan is het voor die ander. Die is er bij aanwezig en hoort jou het gebed uitspreken en wordt daar op zijn of haar beurt weer door gezegend. Immers als jij door jouw gebed en aanbidding Gods tegenwoordigheid naderbij brengt, heeft dat ook gevolgen voor degene die bij jou is. Als je dus hardop een gebed uitspreekt, is dat niet voor God, maar voor de mens (ook voor jezelf). Want ook jij ontvangt zegen door hetgeen je in geloof uitspreekt. Immers, niet alleen de ander hoort wat er uit je mond komt, maar ook jij-zelf hoort met je eigen oren hetgeen je uitspreekt. En jij en die ander worden gesticht in het vertrouwen op God. Maar de sleutel is, dat onze gebeden iets zeggen van God. In onze gebeden proclameren we als het ware wie God is. We vragen niets; we zijn er zeker van dat God verhoord. We spreken geen wensen uit, want daarmee geven we in feite blijk van ongeloof. We spreken onze verwachtingen uit. Namelijk hetgeen waarvan God al heeft gezegd, dat Hij het zal doen. |




