Menu:

Stichting Christelijk Internet

Stichting Christelijk Internet. Voor een positief Christelijk getuigenis op het Internet.

JD's WebWays - Straight Up Design

JD's WebWays. Voor elk budget een duidelijke website met een heldere boodschap.

Koning Jezus - Alleen Hij brengt echte vrede

Koning Jezus.Info. Voor een andere en eenvoudige kijk op de Schrift.

Operation Rescue - Redding voor de verlorenen

Operation Rescue. Voor het bereiken van de wereld met de blijde boodschap van redding door Jezus Christus.

De Samaritaanse vrouw 3

"De vrouw dan liet haar kruik staan, en ging naar de stad en zeide tot de mensen: Komt mede en ziet een mens, die gezegd heeft alles wat ik gedaan heb: zou deze niet de Christus zijn? Zij gingen de stad uit en kwamen tot Hem."
Johannes 4:26 en 28-30
Jezus zegt:
"Ik, die met u spreek, ben de Christus"

De Bron van Levend Water.

De vrouw heeft in feite één goede reden om overdag naar de bron te komen.

Die reden is het feit, dat het de bron van Jacob betreft. De bron van Jacob is door hem aan zijn zoon Jozef, als erfstuk, cadeau gedaan.

  • Genesis 33:19 : "hij kocht voor honderd geldstukken het stuk land waarop hij zijn tent gespannen had, van de zonen van Hemor, de vader van Sichem."
  • Genesis 48:22: "En ik geef u, boven uw broeders, een bergrug, die ik met mijn zwaard en mijn boog aan de Amorieten heb ontrukt."
  • Jozua 24:32: "Het gebeente van Jozef, dat de Israëlieten uit Egypte meegevoerd hadden, heeft men te Sichem begraven, in het stuk land, dat Jacob voor honderd stukken geld van de zonen van Hemor, de vader van Sichem, gekocht had, en dat de Jozefieten verkregen tot een erfelijke bezitting."

De bron ligt op de helling van de berg Gerizim, waar de Samaritanen in de tijd van Alexander de Grote in de 4e eeuw voor Christus een tempel hadden gebouwd, alwaar ook offers werden gebracht:

  • "Volgens de overlevering was zij gegraven door de aartsvader Jakob (Johannes 4.12). Zij lag dichtbij Sichem (Johannes 4.8,28,30) en was zeer diep (Johannes 4.11). Nog in de 19 eeuw bestond zij, op enkele kilometers ten zuidoosten van Nablus (Sichem). Het oude Sichem lag veel dichter bij de bron dan de tegenwoordige stad."

En alhoewel de tempel er al ongeveer 150 jaar niet meer was, bleef toch de Gerizim gelden als de plaats van aanbidding voor de Samaritanen:

  • "Wel lag de tempel na de verwoesting door Johannes artikelrcanus in puin, maar de bedevaarten naar de berg duurden voort."

Een grote traditionele waarde.

De bron was dus in samenhang met de berg, een plaats waar een grote traditionele en religieuze aantrekkingskracht vanuit ging. Voor de echte Jood was het de plaats waar als het ware het summum van afgoderij te vinden was. Het feit, dat Jezus dus eenvoudig bij deze bron en aan de rand van deze berg tegen de middagzon beschutting zocht is des te opmerkelijker. Het leidt dan ook geen twijfel, dat de discipelen Jezus innig dankbaar waren, dat Hij hen niet ook op die plaats vasthield, maar naar het dorp liet gaan om eten te halen.

De vrouw echter, gebruikt het moment van stilte op de berg, om haar ontmoeting te hebben met God. Dat is de reden waarom ze overdag gaat. Op de koele momenten zal ze door de drukte niet aan haar gebed toekomen. Maar zo, midden op de dag, is ze daar alleen en kan ze tevens haar gedachten en verlangen naar de levende God uitspreken.

In de loop van onze bespreking van het gesprek, wordt wel duidelijk, dat het hier om een zeer diepgelovige en integere vrouw gaat. Maar dat ze tevens een zeer groot inzicht heeft in hetgeen Jezus met haar bespreekt.

In tegenstelling tot wat veel uitleggers stellen, probeert ze niet het door Jezus aangesneden onderwerp te ontwijken, maar gaat ze zeer concreet in op wat Jezus zegt. Onder de voor ons vage bewoordingen, die zij beiden gebruiken, vindt een diepzinnige ontmoeting plaats tussen een zoekende vrouw en de levende Heer. God heeft, net als enige jaren later Petrus naar Cornelius, Jezus naar deze vrouw gestuurd om haar de Weg nader uit te leggen. Haar wens, die zij waarschijnlijk al jaren heeft, voor het levende water wordt op deze dag vervuld.

Ze heeft het jaren moeten doen met dat heilige stukje traditie. Als Samaritaan en zeker niet als Samaritaanse vrouw, had ze doodeenvoudig niet de mogelijkheid om naar Jeruzalem te gaan voor haar geestelijke voedsel. Ze zou het waarschijnlijk met graagte hebben gedaan. Nu heeft ze jarenlang rondgelopen met een verlangen in haar hart, maar ook met de wetenschap dat aan dat verlangen nooit een invulling zou worden gegeven. Het zat er doodeenvoudig voor haar niet in. Daarvoor stond ze te laag op de sociale en maatschappelijke ladder.

Het gesprek

Nadat we eerst de kaders hebben geschetst van de ontmoeting, komen we nu in feite tot de kern van onze studie. Als de Samaritaanse ter plaatse komt, spreekt Jezus haar aan. Vanwege de achtergronden van de beide bevolkingsgroepen en vanwege het feit dat zij een vrouw is, verbaast haar dat. En terecht.

De vraag die Jezus echter stelt, gaat veel dieper dan we zo oppervlakkig beoordelen. "Geef Mij te drinken". Ik vraag me af of Jezus tijdens de periode bij die put wel een slok water heeft gehad. Want de vrouw gaat helemaal niet in op de vraag, zo lijkt het. Ze stelt een wedervraag: "Hoe kunt Gij, als Jood, van mij, een Samaritaanse vrouw, te drinken vragen?

De vraag van Jezus is een opening. Maar in feite knoopt Hij een gesprek aan over de diepere zin van haar komst naar de bron. Als het ware peilt Jezus haar geloof. Haar antwoord is dan concreet: "Hoe zal ik u als Jood water kunnen geven?" Met andere woorden, ze peilt de diepte van Jezus vraagstelling. Dit gaat namelijk veel verder dan het water in de put. Jezus start met de vrouw een gesprek over haar geloofsbeleving en vraagt haar Hem daarvan deelgenoot te maken.

Daarom is de verbazing van de vrouw zo groot. Er bestond immers een enorme barrière tussen de Jood en de Samaritaan als het om de geloofsbeleving ging. En de Jood zou nooit bij een Samaritaan te raden gaan. En zeker niet als de Samaritaan ook nog een vrouw betreft.

Het gesprek blijft nog wat op de vlakte. Jezus peilt verder: "als je wist van de gave Gods en wie het was, die aan je vroeg.. gij zoudt aan Hem het levende water hebben gevraagd" De Samaritaanse gelooft haar oren niet, maar ze laat het nu niet meer los.

Het antwoord van Jezus bewijst, dat het veel verder gaat dan zomaar een gesprekje over water. Jezus gaat nu concreet over op het doel van zijn komst naar Sichar. We moeten niet vergeten, dat Hij omwille van deze vrouw helemaal naar het westen is gereisd. Hij heeft een missie te vervullen. Om die reden, zal Hij dan ook geen tijd verliezen met allerlei prietpraat over water en emmers. Als Jezus echt om het water uit de put had gevraagd, zou de vrouw waarschijnlijk niet eens een wedervraag hebben gesteld, maar gewoon het water hebben geput. Ze zou zich niet hebben verwaardigd om een gesprek te beginnen met deze Jood. Daarnaast is het feit, dat zowel Jezus als de vrouw spreken over het `levende' water, eveneens een teken dat het over meer gaat, dan water alleen.

  • Johannes 4:10-11: "Jezus antwoordde en zeide tot haar: Indien gij wist van de gave Gods en wie het is, die tot u zegt: geef Mij te drinken, gij zoudt het Hem gevraagd hebben en Hij zou u levend water hebben gegeven. Zij zeide tot Hem: Here, Gij hebt geen emmer en de put is diep; hoe komt Gij dan aan het levende water?"

De vrouw, en dat is opmerkelijk, identificeert zich met Jacob. Ze noemt hem `onze vader'. Het betekent, dat haar religieuze achtergrond zijn wortels heeft in het oude testament en wel met name in de geschiedenis van de aartsvader in Genesis. De Samaritanen waren een mengelmoes van allerlei volken. Ze erkenden de Pentateuch dat wil zeggen de boeken van Mozes (de eerste boeken van ons oude testament), zij het dan dat ze sommige teksten wat dubieus hadden vertaald. Wat weer een gruwel was in de ogen van de echte Joden.

Hoop op leven.

En nu komt daar een Jood, die haar nieuwsgierig maakt. Hij haalt in een paar opmerkingen haar hele wezen en verlangen naar boven. Ze staat daar met die emmer in haar handen ademloos te luisteren naar een Joodse man die haar precies vertelt wat er bij haar scheelt. Voor haar is dat bijna te veel van het goede. En in haar opmerking over de diepe put en de emmer in relatie tot Jacob, klinkt haar hoop door. De hoop dat nu eindelijk haar verlangen, na al die tijd, wordt bevredigd.

  • Johannes 4:12: "Zijt Gij soms meer dan onze vader Jakob, die ons de put gegeven en zelf eruit gedronken heeft met zijn zonen en zijn kudden?"

Maar het zonlicht dat met de komst van Jezus door de wolken heen breekt, verdwijnt niet zomaar. Jezus komt nu tot de kern van zijn verhaal. Hij geeft aan, dat ieder die zijn religieuze hoop richt op het water van de leer der ouderen, altijd weer dorst krijgt naar meer. Hij is gekomen om het levende water te schenken. Met zijn komst is er een nieuwe tijd aangebroken. Er is geen wanhoop meer, maar vervulde verlangens. De brenger van het levende water is hier gekomen. Concreet bij de put van de aartsvader Jacob. De vrouw is overtuigd, dat deze Jood hier, het antwoord is op al haar nood. En ze stelt de vraag:

  • "Here, geef mij dit water, opdat ik geen dorst heb en niet hierheen behoef te gaan om te putten."

Het is een grove miskenning van het intellect van zowel Jezus als de vrouw om te veronderstellen, dat ze het hier hebben over concreet en natuurlijk water. Jezus die spreekt over het levende water. De vrouw die vraagt om dat water. Ze heeft het door en weet waar de Heer het over heeft. Here, vertel me hoe ik kan komen tot het levende geloof. Vertel me hoe ik hetgeen ik al die tijd heb geleerd, over boord kan zetten. Heer, geef me van dit levende water, zodat ik niet meer hier hoef te komen om te bidden en mijn religieuze leegte niet meer hoef te vullen met tijdelijk en vergankelijk water.

Geschreven door de Webmaster op 31 Juli 2004

Lees het volgende deel van dit artikel