De Samaritaanse vrouw 2 "De vrouw dan liet haar kruik staan, en ging naar de stad en zeide tot de mensen: Komt mede en ziet een mens, die gezegd heeft alles wat ik gedaan heb: zou deze niet de Christus zijn? Zij gingen de stad uit en kwamen tot Hem." Johannes 4:26 en 28-30 | Jezus zegt: "Ik, die met u spreek, ben de Christus" |
De Ontmoeting.Het kader van de ontmoeting tussen Jezus en de Samaritaanse geeft een grimmig beeld. En Jezus was moe van de reis. Na een tippel van 25 km is dat te begrijpen: hij zal er samen met zijn discipelen zo'n 5 uur over gelopen hebben. Als Hij dus rond het 6e uur (onze tijd ca. 12.00 uur 's-middags) aankomt is het te begrijpen, dat Hij even gaat zitten. Het woord in de grondtekst, dat voor het werkwoord `zitten' wordt gebruikt, heeft echter een speciale betekenis. Het wil zeggen, dat je gaat zitten om de komende dingen af te wachten of dat je iets wilt doen, of ergens aan deel wilt nemen. Het begrip wordt ook gebruikt voor iemand die op de kade van een haven gaat zitten wachten op de boot die elk moment kan aanmeren. Iemand die zich vol verwachting in de collegezaal bevindt, om te luisteren naar een professor, gaat op dezelfde manier zitten, als Jezus deed bij de put. Met andere woorden: ondanks het feit dat Jezus ook moe is, gaat Hij niet zitten vanwege die vermoeidheid, maar zet Hij zich in afwachting neer aan de (waarschijnlijk) schaduwzijde van de bron.
Degene waarom Hij door zijn hemelse Vader naar Sichar is gestuurd, is nog niet gearriveerd. Jezus zit en wacht af. Net als degenen die naar de bijbelstudie komen en gaan zitten in de verwachting iets te leren. Als de vrouw bij de bron komt, heeft ze een waarschijnlijk een half uur gelopen. Onze tekst zegt, dat ze uit Samaria komt. Waarschijnlijk is, dat ze in Sichar woont. De naam van de hoofdstad ging over op het hele land. De steden in het Noordrijk worden "steden van Samaria" genoemd (1 Kon. 13:32; 2 Kon. 17:24; 23:19v; Ezra 4:10), en de inwoners van het gebied "Samaritanen" (2 Kon. 17:29). Samaria is het middelste van de drie gebieden ten westen van de Jordaan.
De vrouwen in Jezus' dagen gingen vaak één of twee maal per dag naar de plaats waar ze water konden krijgen: 's-morgens en 's-avonds. Dat de vrouw overdag (en dan nog op het midden van de dag) bij de bron komt, is dan ook opmerkelijk. Je zou de vraag kunnen stellen: waarom doet ze dat? Men haalde het water in de regel tegen de avond (Gen. 24:11; 1 Sam. 9:11). Men schepte met een kruik (Gen. 24:16; Jes. 30:14) of een emmer. Bij diepe putten kon deze aan een touw naar beneden gelaten en opgetrokken worden, met de hand of door middel van een katrol of rad (Prediker 12:6). Er zijn uitleggers, die er van uitgaan, dat ze zich schaamde voor haar dorpsgenoten, vanwege haar vermeende losbandige levenswandel. Ik denk, dat het echter meer voor de hand ligt om ergens anders aan te denken. Ik heb daarvoor een aantal redenen:
|
Lees het volgende deel van dit artikel




