Geloof (deel 7). | Jezus zegt: "Heb geloof in Mij en Ik zal u de Heerlijkheid Gods laten zien" |
Geloof voor de heidenen: PaulusAlhoewel Paulus de apostel is voor de heidenen, is zijn boodschap ook voor de jood bedoeld. En dan met name in betrekking tot de relatie die tussen die tussen die beiden bestaat. Die relatie vindt zijn grond in de vorming van de gemeente. De gemeente is die wonderlijke samensmelting van twee volstrekt verschillende, met name geestelijke, culturen. De jood, die sinds het ontstaan van het begrip, zoon van Juda (Godlover), al leeft met de beloften en de woorden van God en aan de andere kant, de heiden, die als het ware fris van de lever, met het evangelie wordt bekend gemaakt. Voor beiden geldt hetzelfde: de rechtvaardiging geschiedt door het geloof. Daarbij dient de jood te leren, dat de werken er niet meer toe doen. Waren de werken voorheen de mogelijkheid om hetgeen beloofd was te verwerven, nu waren de werken het gevolg van hetgeen in het hart had plaatsgevonden, uit het geloof. De heiden daarentegen, wist van het principe van werken niets af. Hij leefde doodeenvoudig, maar zoals het uitkwam en had gaandeweg zijn eigen moraal en geestelijke houvast gecreëerd. Paulus geeft dat in de brief aan de Romeinen aan. De consequentie is, dat de jood, de besnedene, uit het geloof, waar hij als het ware in geboren is en dat hij vanuit de verte al heeft gezien, gerechtvaardigd wordt en de heiden eerst de weg tot het geloof moet vinden. De Jood "uit" het geloof en de heiden "door" het geloof heen. Als het gaat om het kennen van God en Zijn geboden, loopt de heiden immers achter op de jood. Ze moeten elkaar ergens onderweg ontmoeten. De heiden moet naar de bron toegroeien en de jood moet terugkeren naar de wortel. In principe is dit het thema dat in elk van de brieven van Paulus terugkomt: de rechtvaardiging is op basis van het geloof in het volbrachte werk van Christus. Zowel voor de jood als voor de heiden. En vervolgens regelt hij in elke brief het verkeer tussen die twee groepen die onderweg zijn. Het doel is uiteindelijk om samen uit te komen in dat Centrum van het bestaan van de mensheid. De rode lijn die door heel de geschiedenis heenloopt en vastgeknoopt zit op dat ene punt: Jezus Christus en het volk dat uit Hem ontstaat: de gemeente, bestaande uit Jood en heiden. |
Beurtelings de Jood en de heidenAls Paulus het dan ook over het geloof heeft, spreekt hij beurtelings de jood en de heiden aan. Het leven door het geloof is het nieuwe principe dat in het nieuwe testament naar voren komt. En beiden moeten ze komen tot het ene fundament, het ene Leven, dat is in Jezus Christus. Uit de manier waarop Paulus het principe van het geloof behandelt, kun je herleiden dat ook hij het ziet als een functie van de menselijke geest. Uiteraard zullen we dit nog onderbouwen uit de brieven van Paulus die we hierna zullen behandelen. Maar in elke brief wordt het geloof van de gelovigen geroemd. En dan niet als een werk dat weer een beloning opeist, maar als een juist gebruik van een gave die God aan alle mensen heeft gegeven. Uit de brieven wordt duidelijk, dat het geloof zich kan richten. Het kan worden gemobiliseerd en actief worden gemaakt. Het geloof kan resultaat hebben, als het gericht is op de juiste doelen. De brief aan de Hebreeën, hoofdstuk 11 spreekt over de zekerheid van het geloof:
|
Geloof uit de werken.Uit het relaas dat in datzelfde hoofdstuk volgt, blijkt dan dat geloof zich met name uit in de werken of anders gezegd: de resultaten of gevolgen van dat geloof. Immers een geloof heeft een handeling tot gevolg. De "ouden" zagen door het geloof, zoals gedefinieerd in vers 1 van hoofdstuk 11 in de verte. De tekst geeft echter aan, dat ze het "niet" zagen, maar toch door het geloof er een bewijs voor vonden. Hier wordt echter het zien bedoeld, dat te maken heeft met realisatie, met een eindresultaat. Het definitieve plaatje, zogezegd. Net als iemand die een huis begint te bouwen maar concreet niet het eindresultaat ziet. Met zijn geestesoog ziet hij het echter wel en dat is hetgeen wat hem motiveert om door te gaan. Hij gelooft immers dat hetgeen hij reeds met zijn geest (of naar de mens gesproken: in zijn fantasie) ziet. Gaandeweg realiseert hij hetgeen hij op de tekentafel al voor ogen had. Een tweede punt dat uit het hoofdstuk van de geloofsgetuigen naar voren komt, is dat al deze gelovigen aan het werk gingen. Ze deden iets. Hier wordt onmiskenbaar duidelijk, dat geloof handelen tot gevolg heeft. Als je gelooft, dan doe je iets. Je komt in beweging. Praktisch geen van de geloofsgetuigen is in bed gestorven. Elk van hen gaf door zijn of haar daden aan, dat ze vertrouwen hadden in de goede uitkomst. Misschien niet tijdens hun natuurlijke of aardse leven, maar dan toch in elk geval daarna. Dat zagen ze: God, die aan de ene kant bij machte was om hen te verlossen en die aan de andere kant in staat was om het beloofde te realiseren. |
Geloof en/of visie?Je zou vervolgens de vraag kunnen stellen: wat was er eerder; het geloof of de visie? Ontstaat de visie door geloof? Of ontstaat er geloof door visie? Als visie door het geloof ontstaat, kun je spreken van verdienste. Als echter geloof wordt gemobiliseerd door visie, dan kun je spreken van genade. Dit laatste is naar mijn mening de boodschap van de Schrift en dan met name in het nieuwe verbond. In het oude verbond, zag men het immers nog vanuit de verte; in het nieuwe verbond is het binnen handbereik gekomen. Doordat de Heilige Geest is uitgestort kan de gelovige zich de belofte eigen maken. Het is het Woord van God, dat op een bijzondere en op een voor ons mysterieuze manier het geloof van de mens in beweging brengt. Dat was al het geval onder het oude verbond en dat is zo onder het nieuwe verbond. Dat was waar voor de "ouden" en het is waar voor de heiligen onder het nieuwe verbond, die hun reiniging direct te danken hebben aan het bloed van het Lam op het kruis van Golgotha. Het Woord van God bevat de visie in optima forma. Het opent perspectief. Het geloof doet dat niet per definitie niet. Het geloof reageert en komt in beweging. Het grote verschil tussen hen en ons is niet het geloof, maar de realisatie van hetgeen waar het geloof naar toe op weg is:
|
De artikelenserie over het geloof wordt nog uitgebreid. |




