Menu:

Stichting Christelijk Internet

Stichting Christelijk Internet. Voor een positief Christelijk getuigenis op het Internet.

JD's WebWays - Straight Up Design

JD's WebWays. Voor elk budget een duidelijke website met een heldere boodschap.

Koning Jezus - Alleen Hij brengt echte vrede

Koning Jezus.Info. Voor een andere en eenvoudige kijk op de Schrift.

Operation Rescue - Redding voor de verlorenen

Operation Rescue. Voor het bereiken van de wereld met de blijde boodschap van redding door Jezus Christus.

Geloof (deel 4).

Jezus zegt:
"Heb geloof in Mij en Ik zal u de Heerlijkheid Gods laten zien"

Latent verlangen: een Appèl

Als er door Jezus of de apostelen een appèl wordt gedaan op het geloof van de mens, dan gaat het altijd om iets dat blijkbaar in elk mens aanwezig is.

De mate en de gerichtheid is echter bij alle mensen verschillend. Nu is het bijzondere dat daar waar iemand iets tekort komt, God het door zijn woord aanvult. Het gaat dus in diepste zin om een gerichtheid. Een wens. Een verlangen.

Soms is het niet meer dan een herkennen van een latent verlangen. Augustinus gaf het al aan: "het hart is onrustig totdat het rust vindt in U". Maar vaak kom je er pas achter op het moment, dat Gods woord je vertelt, waar het aan schort. Voor die tijd was je wel onrustig, maar je wist niet waardoor dat werd veroorzaakt. Dat noemen we wanhoop.

Je verlangt, zonder te weten naar wat je verlangen uitgaat. Of je wilt iets veranderen, maar je hebt geen flauw idee hoe je een verandering tot stand moet brengen; je weet zelfs niet waar je het in wilt veranderen. Laat staan dat je weet welke richting je op moet. Op den duur word je daar gek van. Zonder het licht van de geest, is het hart van de mens in duister. Hij zoekt, maar hij vindt niet. Hij loopt, maar komt nooit ergens terecht.

Het Licht van God op het Woord.

Pas als het licht van Gods Geest, door het Woord gaat schijnen, zien we het begin en eindpunt van ons leven. Maar we zien ook de weg, die God wil dat we gaan. Op dat moment zijn we op het punt gekomen dat we moeten kiezen: doen we het wel of doen we het niet. Om deze reden zegt Jezus dat er geen andere weg is, dan via Hem:

  • Johannes 6:44: "Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader, die Mij gezonden heeft, hem trekke, en Ik zal hem opwekken ten jongsten dage."

Het gaat hier niet om een uitverkiezing, maar om het principe dat niemand zichzelf kan redden. De redding komt van de Vader. Niemand kan in eigen kracht zijn weg tot Jezus vinden. Dat betekent dus ook, dat iemand vanuit de verte kan erkennen, dat het behoud in Christus is, zonder zich ooit concreet te bekeren.

Dat is het probleem van de mens, die erkent dat hij hulp nodig heeft, maar voortdurend weigert om die hulp bij God te halen. Immers; als we hulp aanvaarden, worden we afhankelijk en daar hebben we van nature wat moeite mee. De mens heeft echter God de Vader zelf, dat wil zeggen de Geest van God, nodig om hem een handje te helpen. Maar voordat de Vader hem kan trekken, zal de drenkeling wel zijn handen moeten uitstrekken.

Vandaar het bewogen appèl van Jezus: bekeert u en gelooft het evangelie. Als het geloof in deze een gave van God zou zijn, was de oproep enigszins hypocriet. Het behoud is de gave, de reactie op het aanbod komt van de mens.

Geloof en het Koninkrijk Gods: Principes

Als het gaat om het principe van het geloof dat in de toehoorder zelf aanwezig is, kan de gelijkenis van het zaad ons verder helpen:

  • Lucas 8:11-15: "Dit is de gelijkenis: Het zaad is het woord Gods. Die langs de weg, zijn zij, die het gehoord hebben; daarna komt de duivel en neemt het woord uit hun hart weg, opdat zij niet zouden geloven en behouden worden. Die op de rotsbodem, zijn zij, die het woord, zodra zij het horen, met blijdschap ontvangen; en dezen hebben geen wortel, zij geloven voor een tijd en in een tijd van beproeving worden zij afvallig. Wat in de dorens viel, dat zijn zij, die het gehoord hebben; en gaandeweg worden zij door zorgen en rijkdom en lusten des levens verstikt en zij brengen het niet tot vrucht. Dat in goede aarde, dat zijn zij, die met een goed en vroom hart het woord gehoord hebbende, dat vasthouden en vrucht dragen in volharding."

We zullen bij de behandeling van de brieven van Paulus zien, dat het geloof is uit het horen:

  • Romeinen 10:17: "Zo is dan het geloof uit het horen, en het horen door het woord van Christus."

We komen hierop nog terug. Maar waar het in de gelijkenis van het zaad om gaat, is dat het zaad het woord van God is. Dat woord wordt gehoord. En wel door iedereen. Men reageert er echter verschillend op. In sommige gevallen wekt het geloof op bij de toehoorders. Vanuit bijbels standpunt gaat bij geloven altijd om de handeling in relatie tot hetgeen van God komt. Binnen dit kader spreekt men over een groot - , een klein - of over ongeloof.

Vier soorten gelovigen: Het Zaad

De eerste categorie is die van degenen, die het woord van God niet laten aarden in hun hart. Ze weigeren er deel aan te hebben. De duivel komt vervolgens en rooft het woord van God. Hij overschreeuwt het als het ware, zodat het geen effect heeft. Het resulteert in een onbevrucht geloof. Hierdoor zullen ze zich niet wenden tot God en derhalve niet behouden worden. Het feit, dat Jezus deze gelijkenis met deze categorie toehoorders begint, geeft aan dat er bij de toehoorders wel degelijk een verantwoording ligt. Zij horen het woord, herkennen het als zijnde van God, maar laten het vervolgens weer uit hun hart roven. Zij komen niet tot geloof. Ze blijven, als het gaat om handelen in het Koninkrijk Gods, passief.

Dan heb je degenen die het met blijdschap aannemen. Zij (h)erkennen het woord als zijnde van God. Zij hechten er geloof aan, komen zelfs tot handelen. Ze geloven voor een tijd. Ze trekken als het ware een poosje samen op in het Koninkrijk Gods. Maar als de strijd losbreekt, vallen ze af. Hun geloof is als zodanig niet op God gericht. Ze geven het gaandeweg op. Hier zie je heel duidelijk, dat het geloof een reactie is op het woord van God. Kwam men in het eerste gedeelte van de gelijkenis niet aan geloven toe; hier is het dan in elk geval een periode op God gericht. In het eerste geval kun je spreken van ongeloof, het tweede gedeelte spreekt van klein geloof.

De derde categorie zijn een aparte groep. Er staat niet, dat zij het niet konden ontvangen. Er staat echter ook niet, dat de ontvangst met blijdschap gepaard ging. Deze groep gelovigen zijn de opportunisten. Zij zijn alleen op hun eigen voordeel gericht. Vandaar dat de zorgen, de rijkdommen en de lusten hun geloof op den duur overschaduwen. Zij komen niet tot vrucht in het Koninkrijk Gods. Zij zijn degenen die hun eigen weg volgen. Hun eigen geloof, dat ze maar ten dele laten bevruchten door het Woord, is de basis voor hun handelen. Ze hebben hun reserves. Hun voorbehoud. Zij beoordelen voortdurend de autoriteit van het Woord: komt het uit of nu even niet? Enige tijd hebben ze getracht om een soort gemene veelvoud te vinden.

Uiteindelijk geven ze het op, want het geloof dat door het woord van God wordt opgewekt, gaat op een andere manier om met de zorgen, rijkdommen en lusten van deze wereld. Er is dus geen relatie tussen wat zij willen bereiken en hetgeen te bereiken is met het geloof dat gefundeerd is in het woord van God. In de gelijkenis, zoals die in Markus wordt verteld, gaat het om het Woord dat onvruchtbaar wordt. Hier geldt dus, dat het woord van God wel degelijk ergens terecht kan komen, waar het geen vrucht voortbrengt. Het Woord van God dat krachteloos is; het lijkt bijna een contradictie in terminus. Weer is hier dus de kern: wat doet de mens er mee.

De vierde catagorie

Dan uiteindelijk de laatste groep. Zij hebben het woord van God gehoord met een `goed en vroom hart'. Zij zijn degenen die een juiste houding hebben ten aanzien van het gesprokene. Let er op, dat die houding bij hun al aanwezig is. Zij zijn degenen die uit hebben gekeken naar de openbaring van het Koninkrijk Gods. Het geloof is al aanwezig, want zij kijken uit naar de realisatie van Gods Koninkrijk. Immers, zij hebben een vroom en goed hart. Zij hebben de juiste instelling. Zij horen het woord en houden dat vast met volharding. Nu laten ze het niet meer los. Uiteindelijk dragen ze vrucht. Overvloedig. Binnen het kader van de gelijkenis, zou je kunnen stellen, dat ze vrucht dragen in het uitdragen van het woord Gods. Er is zaad gestrooid. Het kenmerk van het zaaien van zaad is, dat het op het laatst ook weer zaad voortbrengt. In Markus wordt aangegeven: in "dertigvoud en zestigvoud en honderdvoud".

Geschreven door de Webmaster op 31 Juli 2004

Lees het volgende deel van dit artikel