Geloof (deel 1). | Jezus zegt: "Heb geloof in Mij en Ik zal u de Heerlijkheid Gods laten zien" |
Inleiding: Tot opbouwEr zijn mensen die zich inzetten voor de opbouw van de gemeente. Elke studie en elke prediking, die zij geven zal er dan ook op gericht zijn om het Lichaam te bouwen en te stichten. Dat heeft consequenties. Het gaat namelijk om de mening en gedachten van God. Wat wil Hij tot de gemeente zeggen? De gemeente zelf heeft de neiging om zich leraren te zoeken, die de geijkte (en veilige) zekerheden verkondigen. Dit nog afgezien van de vraag of die geijkte (en veilige) zekerheden ook waarheden zijn. Het blijkt namelijk, en dat is een gewaagde uitspraak, dat waarheid vaak relatief is. Dat komt omdat hetgeen wij als waarheid ervaren, vaak niet meer of minder is dan een interpretatie van een openbaring van God. De agtolute waarheid bestaat uit een persoon, Jezus Christus. Daaruit volgt, dat we met elkaar onderweg zijn om de Waarheid te leren kennen. Want Jezus is naast Waarheid ook de Weg. Het gaat dus meer om een basishouding, een uitgangspunt. Er moet dus een zekere bereidheid zijn om een weg alleen te gaan. Niet dat die weg dan ook (concreet en altijd) alleen wordt gelopen. Het gaat om het principe. God geeft mensen (dat kan ook tijdelijk zijn) om anderen weer te bemoedigen, zodat ze door kunnen gaan in afhankelijkheid. |
Spiegelen van de visies.Visies moeten worden gespiegeld. Kennis moet worden getoetst. Wijsheid moet worden bewezen. Een goed leider stelt zich open voor sturing. Een goed leraar zal altijd bereid zijn om te leren. Die grondhouding zal aanwezig moeten zijn. God zal ons bewaren voor hoogmoed en arrogantie. Maar we bidden ook, dat God ons helemaal vrijmaakt van de afhankelijkheid van mensen. In de basis: het is allemaal genade. En wat hebben we, dat we niet hebben ontvangen? Samen met Paulus willen we belijden, dat we niet in staat zijn om iets als ons eigen werk in rekening te brengen: als we dan al bekwaam zijn, dan is onze bekwaamheid het werk van God. |
Geloof: Wat is het?Het geloof (zelfstandig naamwoord) of anders gezegd "geloven" (werkwoord) is een onderwerp, waar we inhoudelijk niet meer zo veel over nadenken. Ten eerste komt dat omdat ons spraakgebruik doorspekt is met het woord. Ten tweede komt dat, door de, heden ten dage gangbare, betekenis van het woord "geloven" of "geloof". Wij, als Nederlanders, krijgen bij het horen van het woord geloof een gevoel van onzekerheid. Dat is in tegenspraak met de eigenlijke betekenis. Tevens roept het woord "geloven", ondanks het feit dat het een werkwoord is, een zekere mate van passiviteit op bij de toehoorders. Dat gevoel van onzekerheid en passiviteit krijgen wij als gelovigen! ook als we met elkaar over geloven spreken of als we er in de Schrift over lezen. Dat komt omdat de manier waarop de Schrift over geloof spreekt, vaak afwijkt van de ervaringen in ons eigen geloofsleven. Het gevolg daarvan is weer, dat we in de loop van de tijd het geloof uit de Schrift zijn gaan zien als iets dat je gegeven moet worden. De consequentie is immers dat blijkbaar niet iedereen "het geloof waar de Schrift over spreekt" heeft ontvangen of in bezit heeft. |
Collectieve passiviteit.Het geeft een reden of een legale grond voor de persoonlijke onzekerheid en de collectieve passiviteit waar we als Christenen mee worstelen. Daarnaast wordt de oorzaak van het tekort aan geloof buiten onze verantwoording gehouden. Immers, we kunnen wel bidden om meer geloof, maar wat als het je niet gegeven wordt? Vervolgens vervlakt de motivatie en zakken we met elkaar in een levensritme waar geen echte hoobse en diepte meer in te herkennen vallen. We rijgen de weken (lees: de zondagen en de woensdagen, bijbelstudie - en bidstondavonden) aaneen en verworden samen tot een beweging, waar we geen uitdaging meer in vinden. En zo wordt de gemeente verdeeld in, aan de ene kant, een kleine groep, die "het geloof" heeft en die geroepen is om de, aan de andere kant, grotere groep, voor te gaan en tot voorbeeld te zijn. Vanzelfsprekend is hetgeen in de voorgaande alinea wordt aangegeven, wat kort door de bocht. We moeten het dan ook niet direct persoonlijk opvatten. Ook zal het niet in algemeen waar zijn, wat we schrijven. We beseffen, dat het nogal generaliserend wordt gesteld. Wat we wel zien, is een tendens. En in feite zien we die tendens al komen op het moment, dat Darby in 1830 zijn bedelingenleer wereldkundig maakt. Ook hij is getroffen door het ontbreken van leven in zijn eigen kerk. Zijn conclusie is echter niet, dat daar wat aan gedaan moet worden, maar dat de kerk blijkbaar niet levensvatbaar meer is. Hij accepteert daarmee het gegeven, dat er geen groei en ontwikkeling is en ziet verder geen kansen meer voor de gemeente om nogmaals tot bloei te kunnen komen. Het einde van de gemeente (de genadetijd) is gekomen en de opname (rapture) is nabij. Je zou kunnen zeggen, dat Darby voor de gemeente geen geloof meer had. |
Een clubgemeenteNogmaals: dit alles is nogal kort door de bocht. En we beseffen nogmaals, dat we meer discussie losmaken dan we op dit moment waarschijnlijk nodig vinden. Ons voorstel is dan ook om andere onderwerpen, een andere keer bij de horens te vatten. We denken echter wel, wanneer we met elkaar eerlijk een gesprek voeren over het "geloven", dat we er voor onszelf meer in herkennen, dan we in de eerste instantie toe willen geven. Alleen het feit al, dat we ons in de gemeenten vaak zo passief en afhankelijk opstellen ten opzichte van de dagelijkse leiding. Wij hebben daardoor het gevoel meer bij een soort vereniging of club te zijn terechtgekomen, dan bij een organisme, dat zich gemeenschappelijk ontwikkelt richting volwassenheid. Een kenmerk van een "club"gemeente is dat ze onwillekeurig traditioneel ingesteld raakt. Men houdt vast aan hetgeen is geleerd in het verleden. Ten eerste is dat veilig omdat je niet zo snel buiten de boot valt, want je wordt door andere groepen in elk geval geaccepteerd als "Schriftgetrouwe" gemeente. En dat willen we in feite allemaal heel graag: voor vol worden aangezien. Los van ons onderwerp; We denken dat het één van de grote gevaren is, die de gemeenten Gods in het algemeen bedreigen: de wens om geaccepteerd te worden. Is het niet door de wereld, dan is het wel door elkaar. Het werkt echter wel in sterke mate vervlakking in de hand. Ten tweede bespaart het ons een hoop moeite van het opnieuw uitzoeken en rubriceren van allerlei gedachten en leringen waar hele volksstammen al over nagedacht hebben. We denken dat het de taak van de dagelijkse leiding van de gemeente is, om de gemeente in al haar geledingen weer (geestelijk) in beweging te brengen. Vele voorgangers en oudsten, die het ontbreken van vitaliteit en groeikracht onderkennen, nemen vaak de toevlucht tot de remedie van "kastijding". Dit legt echter de gemeente, en dan in het bijzonder de individuele gelovigen, een schuldgevoel op de nek. Men komt in beweging, omdat men zich negatief aangesproken voelt. Een betere motivator is die van de verlokking. De gemeente moet positief worden gemotiveerd. Niet wat ontbreekt, maar wat nog in het verschiet ligt, zal een drijfveer zijn. |
Het Woord van God motiveert.Het Woord van God is in principe zo'n motivator. Als Jezus de rijke jongeling een aanbod doet om de 13e discipel te worden, stelt de laatste de vraag: "wat moet ik daarvoor doen". Op het moment dat Jezus zijn mond open doet, komt er verlangen op in het hart van de knaap. De kwestie is namelijk niet, dat Jezus hem in de eerste instantie aangeeft, dat er wat aan schort. Daar komt de jongeling zelf wel achter op het moment, dat hij beseft welke rijkdom Jezus hem in het vooruitzicht stelt. De gemeente moet los komen van allerlei valse zekerheden. Wat dat betreft is het jammer, dat we als Christenen niet meer worden vervolgd. Vervolging zorgt er voor, dat we scherp en alert worden en blijven. Dat is één van de redenen waarom we geloven, dat we als gemeente door de grote verdrukking zullen gaan. God gebruikt die periode van strijd en vervolging om de zonen Gods openbaar te krijgen. Zonder die strijd en zonder die vervolging zal er geen zoon van God zichtbaar worden. Uiteraard beseffen we ook, dat we met deze stelling weer een nieuwe discussie losmaken. Het heeft dan ook in feite niets met ons onderwerp te maken. Aan de andere kant gaan we er wel van uit, dat de wereld het wel degelijk in de gaten krijgt, als de gemeente gaat wandelen in het geloof "dat zich op God richt". De boze zal dat gegeven niet accepteren en tegenkrachten mobiliseren. Misschien dat ten gevolge daarvan het "laatst der dagen" pas echt een aanvang neemt. |
Lees het volgende deel van dit artikel




