De wederkomst (deel 2) | Jezus zegt: "Ik zal allen tot Mij nemen" |
De opname der gelovigen: het thema.Een ander punt, waar je echter direct tegenaan loopt is de opname! Immers, hoe moeten we die dan zien in dit licht? Volgens de chiliasten heeft de opname plaatsgevonden in de overgang van hoofdstuk 4 naar 5 van het boek Openbaring. Hetgeen hier in Openbaring 20 plaatsvindt en hetgeen gebeurd is in hoofdstuk 4 lijkt met elkaar in tegenspraak. Het gaat immers over dezelfde groep gelovigen. Zo vlak voor het duizendjarig rijk heeft er een gigantisch gebeuren plaats. Er worden tronen gezien. En op die tronen neemt een groep plaats, die hier in hoofdstuk 20 wordt aangeduid als: "zij". Die "zij" is de gemeente, die weer bestaat uit alle gelovigen die 'in' Christus zijn. Zowel degenen, die op dat moment nog hun 'leven' in het natuurlijk lichaam hebben, als zij die reeds 'in' Christus zijn gestorven. Zij vormen het parlement, waarin Jezus Christus zijn regeringszetel heeft opgericht. Zij vormen het hemelse Jeruzalem, dat nederdaalt in de zichtbare wereld en waarbinnen de 'ark van het verbond, Jezus Christus' zichtbaar wordt. Bijzonder is, dat dit het moment is, 'waarop Jezus het koningschap voor Israël herstelt'. Dit is het moment waar de discipelen van spreken, zo vlak voor de Hemelvaart van Christus. En dit is het moment, waar alle gelovigen in Christus van alle tijden naar uit hebben gezien en nog steeds zien: hier vindt de verwezenlijking van hun hoop plaats. Hiervan hebben ze al die tijd het onderpand in hun bezit gehad. |
Christus op de troon.Binnen dit kader moet je ook de opname van de gemeente zien. Voor de gemeente geldt, dat zij op een bepaald moment, bij het klinken van een bazuin, onsterfelijkheid zal aandoen. Dat is de hoop die hij proclameert:
Paulus roemt in de hoop op de heerlijkheid Gods, die zich zal openbaren. Een heerlijkheid, die zich in volle omvang manifesteert op het moment dat de eerste opstanding tot een climax komt. Immers, de gemeenteleden krijgen bij die gelegenheid een verheerlijkt lichaam. En de verzuchting van Paulus is dan ook:
Maar ook Johannes stelt zich op diezelfde lijn:
|
Geen verdwijningDe gemeente verdwijnt niet, zoals velen beweren, zomaar uit het gezicht, maar haar leden veranderen in een ondeelbaar ogenblik van sterfelijk in onsterfelijk. Paulus schrijft over dat verheerlijkte lichaam:
Dat is het tijdstip, waarop de tronen, die in de hemel zijn, bezet zullen worden door de gemeente. Zij zullen het oordeel uitspreken, dat wil zeggen: scheiding maken tussen datgene wat van God is en datgene wat niet van God is. Zij zijn degenen waarvan eveneens in openbaring 19:14 sprake is:
|
Christus is KoningChristus is de koning; de leden van zijn lichaam (de gemeente) zijn die koningen, Christus is de Here; de leden van zijn lichaam (de gemeente) zijn die heren. Hij is het hoofd van hen, die hun handel en wandel reeds in de hemel hebben, Zelfs al verblijven zij nu nog, wat hun lichaam betreft, in een aardse tent. Voor de gelovigen is het zaak om deel te krijgen aan de eerste opstanding. De hoop en het uitzicht die zij hebben op de hemelse realiteit door de Heilige Geest, houdt hen op de been. Geleid door de Geest zijn zij in staat om het Koninkrijk Gods op aarde te proclameren. Zodra het evangelie van het Koninkrijk over heel de aarde is gegaan, zal het einde gekomen zijn. God zelf ziet er met verlangen naar uit. |




