De wederkomst (deel 1) | Jezus zegt: "Ik kom met de wolken" |
Het teken.Heel het nieuwe testament staat in het teken van de (eerste) opstanding. De evangeliën, maar zeker de brieven, hebben het thema als speerpunt. Het geeft body aan de hoop van de Christen. De Christen heeft hoop, maar geen hoop tegen beter weten in: het is een getuigenis in zijn hart, dat van God zelf komt. Het (in tijd en ruimte plaatsgevonden) feit van de lichamelijke opstanding van Jezus Christus was als het ware het startsein. Door de opstanding uit de doden van Jezus Christus, werd aangetoond, dat Hij degene was, die Hij claimde te zijn. Geen haar op mijn hoofd twijfelt er aan, dat Jezus wel degelijk lijfelijk en concreet is opgestaan uit de doden. Zijn graf is leeg. Zijn opstanding was niet 'alleen maar in de harten van de discipelen'. Wat zij echter concreet in de natuurlijke wereld meemaakten, maakte hun verwarring en twijfel over het punt van de opstanding alleen maar groter. Immers, hoe moest het nu verder? Zij hadden er best mee kunnen leven, dat Jezus aan het einde der tijden zou terugkomen om orde op zaken te stellen. Dat had het voor hen wat makkelijker gemaakt. Zij hadden dan (nadat de eerste droefheid over het verscheiden van Jezus zou zijn weggeëbd), hun geloof op de terugkomst van Jezus kunnen richten. Maar nu stond Jezus in levende lijve voor hen en at Hij met hen mee. Maar hoe moest het nu verder? Vandaar hun vraag:
|
Voor-onderstellingZij waren in de veronderstelling, dat alles (waar ze in hun, nog altijd natuurlijke, denken naar uitzagen) dan zeker nu wel zou plaatsvinden. Het antwoord van Jezus is dan ook veelbetekenend:
|
De tussentijdIn de tussentijd, dat wil zeggen: tot aan het moment dat het koningsschap voor Israël zou worden hersteld, moesten zij iets anders doen. Hun taak was: getuigen. En dat uiteindelijk over de gehele wereld. Maar hij zond hen niet zomaar weg. Er zou hun nog iets worden overhandigd: kracht. Namelijk op het moment, dat de Heilige Geest over hen zou komen. Zonder de Heilige Geest in het leven, is de gelovige eenzaam, verlaten en verblijft hij zonder enig uitzicht in deze wereld. Net als alle andere (lees: ongelovige) mensen, heeft hij geen 'zicht op het Koninkrijk Gods' Vandaar dat het voor de gelovige essentieel is, dat hij deel krijgt aan de Heilige Geest. Het is een 'onderpand'. Als hij dat in zijn bezit heeft, weet hij dat hij ergens aanspraak op kan maken. En zo, maar ik heb dat al zeer uitvoerig betoogd over dit onderwerp, ziet hij uit, naar de 'vervolmaking' van dat onderpand: de uiteindelijke opstanding, die omschreven is in Openbaring 20. Maar hij heeft, zoals ook Willem Ouweneel al aangeeft, die twee hoedanigheden al. |
Lees het volgende deel van dit artikel




