De eerste opstanding (deel 1) | Jezus zegt: ".. opdat zij zijn, waar Ik ook ben." |
Inleiding: Het is volbrachtEr zijn maar weinig zaken die zo goed zijn om over te schrijven als over Christus en Zijn, aan het kruis, volbrachte werk en Zijn opstanding. De mensheid is in een zekere impasse terecht gekomen, door het feit dat zij collectief een andere weg heeft gekozen. Er is geen hoop buiten Christus. Je kunt het zoeken in jezelf, in wijsbegeerte of natuurlijk bij anderen, die pretenderen het gevonden te hebben. Uiteindelijk kom je echter toch terecht in de leegte die ontstaat, wanneer 'alles al is uitgeprobeerd'. De pech is dat de mens echter vele wegen heeft bedacht. Hij is dus lang onderweg, voordat hij de conclusie trekt, dat er niets meer over is. Christus heeft bijna 2000 jaar geleden de enige en juiste weg naar het heil geopenbaard en geopend. Hij was die Weg. Geen mens kan tot de God de Vader komen, tenzij via Hem. Zijn opstanding uit de doden (of zoals de juiste vertaling luidt: 'van tussen de doden uit') heeft onder andere aangetoond, dat Jezus Christus de waarheid sprak. Als het gaat om het grote doel in het leven; het vinden van de bestemming, is Hij degene bij wie we moeten zijn. |
Geen gedachte of leerIn tegenstelling echter, tot velen die vandaag de dag over Christus schrijven en spreken, gaat het niet om een gedachte of om een leer waar je je aan hebt te houden. Het is geen principe, dat je kunt huldigen. Natuurlijk volgen uit het én en ander wel principes, maar het is er niet de basis van. Er is ook geen beloning mogelijk voor degene, die flink zijn best doet om de én of ander leraar (of goeroe) na te volgen. Het gaat om een veranderd hart. Het gaat om wedergeboorte. Het gaat om vernieuwing. En dat niet als loon op werken, maar als gift op basis van de goedgeefsheid van de schenker. |
ProclamatieJohannes schrijft aan het begin van zijn evangelie, als een soort proclamatie: In dit gedeelte leren we in elk geval twee zaken: er zijn er die Hem aannemen en vervolgens, dat degenen die Hem aannemen macht krijgen om kinderen Gods te worden. Tevens zou je hieruit de conclusie kunnen trekken, dat degenen die Hem hebben aangenomen, nog niet automatisch kinderen Gods (= uit God geborenen) zijn. Volgens de brief aan de Hebreeën is er iets anders nodig om een stap verder te komen. De offers konden, overigens naar de eis der wet gebracht, het bewustzijn van de offeraar voor zijn eigen besef niet te volmaken. Er bleef dus altijd het besef van falen en tekortschieten. De eigenlijke barrière tussen hem en de levende God kon door het brengen van offers niet worden geslecht. Diep in zijn hart wist de offeraar, dat daar in feite niets veranderd was. Niet aan zijn eigen toestand, tenminste.
|
Een smetteloos offerSteeds weer opnieuw zou hij in gehoorzaamheid aan de wet de voorgeschreven offers brengen. Totdat 'de tijd van het herstel' zou aanbreken. De brief aan de Hebreeën leert ons dat die tijd van het herstel in Christus is gekomen. Toen Deze 'Zichzelf als een smetteloos offer aan God' bracht, kwam daarmee tevens de mogelijkheid vrij 'ons bewustzijn te reinigen van dode werken, om de levende God te dienen'. Hier wordt heel duidelijk het principe van vernieuwing weergegeven. De offers van het oude verbond (of welk eigen handelen van de mens ook!) waren nooit en te nimmer in staat om de mens tot het Goddelijk niveau te verheffen. Pas in Christus is er iets gebeurd, waarvan de gelovige, die leefde onder het oude verbond, alleen nog maar van kon dromen. De Hebreeënschrijver concludeert dan ook:
|
Een zinnebeeldGing het onder het oude verbond nog om een 'zinnebeeld', thans is de realiteit van Christus. Was het toentertijd nog 'vanuit de verte'. Nu is het in Christus binnen bereik gekomen. Om weer met Johannes te spreken: door het volbrachte werk van Jezus Christus is de belofte van de eeuwige erfenis binnen het bereik gekomen van hen, die Hem hebben aangenomen als zaligmaker en verlosser. Paulus zegt tegen de gemeente in Corinthe:
|
Lees het volgende deel van dit artikel




