
De beroemde La Sagrada Família (De heilige familie) in Barcelona (Spanje), in aanbouw sinds 1882. Of ze ooit wordt afgebouwd?
Ik ben geabonneerd op het Nederlands Dagblad. Principieel wilde ik een christelijk georiënteerde krant in de bus.
Het had overigens ook het Reformatorisch Dagblad kunnen zijn. Of je nu ‘door de hond of de kat wordt gebeten’.
Het voordeel is dus dat de krant een traditioneel christelijke uitstraling heeft en ook nieuws uit de religieuze hoek christelijk serieus benadert.
Als je nieuws van het kerkelijk front leest in de Telegraaf, als voorbeeld, krijg je er gratis de mening van de journalist bij.
Nu is dat ook het geval bij een christelijke krant, maar daar zit je als christen met de journalist in elk geval in dezelfde hoek.
Je hoeft bij het ND niet bang te zijn dat men het christelijk geloof, hetzij openlijk dan wel bedekt, belachelijk maakt.
Het nieuws dat de kranten brengen wordt er echter niet anders door. Hooguit stelt men andere prioriteiten. Dat heeft dan ook weer met de persoonlijke visie van iemand te maken.
Niet vrolijk
In elk geval wordt je van het nieuws niet vrolijk. Het ND doet praktisch elke dag verslag van iets dat er gebeurt in de kerk. En het zijn juist die berichten die je zo eenzaam doen voelen. Persoonlijk zou ik graag deel uitmaken van een kerk of gemeente, waar men echt functioneert als Lichaam van Christus. Het lijkt wel alsof juist die gemeenten niet meer bestaan. Elke keer wordt je geconfronteerd met situaties, die alleen maar voorkomen binnen organisaties waar de Heer van de Gemeente, Christus Jezus, niet meer centraal staat. Het punt is, dat het Lichaam van Christus, de ware Gemeente, een organisme is en geen organisatie.
De misstanden in de Roomse kerk, het gebakkelei over geloofsbelijdenissen binnen de protestante kerken, de strijd over Israël, het wel of niet aanstellen van atheïstische — of esoterische predikanten, predikanten die er met de kerkkas vandoor gaan, de discussies over de plaats van homoseksuelen binnen de gemeenschap, het benadrukken van onderdelen van leerstellingen. Het zijn allemaal uitingen van een organisatie, die niet meer weet waar het werkelijk om gaat.
Nu zou iemand, enigszins naïef, kunnen denken dat het hier alleen om de traditionele kerken gaat en dat de zogenaamde vrije groepen de dans ontspringen. Zij zijn immers voor het leeuwendeel opgebouwd uit leden die het binnen ‘de traditionele kerken’ niet meer vonden. Niets is echter minder waar. Als men de traditionele kerk verlaat, trekt men hooguit een ander jasje aan, maar inwendig, onder de oppervlakte, verandert er niets. Men zingt vaker blijere liedjes, luistert meer naar predikingen die wat meer ‘het jeukende oor’ aanspreken en men krijgt de indruk dat men zich op een ‘hogere weg’ bevindt. Onder de oppervlakte van het uiterlijk vertoon, blijft het hart uiteindelijk onberoerd en onbevredigd: men wordt geen betere discipelen.
Navelstaren
Daarnaast blijkt de liefde, die zo kenmerkend hoort te zijn voor de leden van het Lichaam van Christus, zich alleen maar te beperken tot hen die behoren tot de directe omgeving van de gelovige. Zo ontstaan opnieuw eilandjes van gelijkgestemden, waar buitenstaanders zich per definitie niet thuis voelen. Zo bezochten ik en mijn gezin enige tijd een evangelische gemeente in onze woonplaats. Maar zelfs na acht weken elke zondag tijdens de dienst, en de onvermijdelijke koffie daarna, aanwezig te zijn geweest, was er vanuit de gemeente zelf niet één blijk van belangstelling gekomen. Hooguit sprak mijn vrouw met één of twee andere vrouwen op grond van het feit, dat ze ooit eens samen een kinder-vakantie-bijbelclub hadden gedraaid.
Op de laatste zondag (ik kon het niet meer opbrengen om mijn tijd te verdoen in deze gemeente), zag ik een groepje mannen aan een koffietafeltje bij elkaar staan. Ik had mijn jas al aan en stond op het punt om opnieuw weer te verdwijnen, toen onze blikken elkaar kruisden. De leegheid en de desinteresse die ik in de ogen las, deed me pijn in het hart. Niet vanwege het gevoel van afwijzing dat IK ervoer, maar vanwege het besef, dat ook deze gemeente zo oneindig ver is afgegleden van waar het in het Lichaam van Christus werkelijk om gaat: de liefde onder elkaar.
Is het vreemd, dat de kerk en de gemeente als onaantrekkelijk wordt ervaren, niet alleen door de buitenwereld, maar ook door christenen die op zoek zijn naar een plek waar troost, liefde, warmte en geborgenheid te vinden is? Wat heeft de kerk te bieden in deze maatschappij?
De ware Gemeente van Christus is een plaats, waar je niet vrijblijvend aanwezig aanwezig kunt zijn. Je wordt daar herkend aan jezelf. Maar dan niet om je af te breken, maar om je te herstellen, te verzorgen en te vertroosten, voor al het verdriet dat je tot nu toe in het leven is overkomen. De ware Gemeente is een rustplaats. Een oase van Gods gerechtigheid. Een baken in roerige baren. Dat komt omdat de ware Gemeente bestaat uit leden, die zelf tot rust zijn gekomen van hun eigen werken.
De rust die God geeft
De traditionele kerken en gemeente zullen die rust nooit ingaan. Zij verwachten het niet van Christus Jezus, maar van hun eigen kracht en inzichten. Zij zijn gebouwd op het fundament van leerstellingen en geloofsbelijdenissen en het onderricht van eigenmachtig aangestelde leiders, die in eigen scholen zijn opgeleid. Zo’n instituut zal zich nooit (kunnen) bekeren. Je kunt hooguit zo’n organisatie verlaten. Maar als je dan vervolgens zelf weer, in het klein, zo’n organisatie in het leven roept, kom je van de regen in de drup.
Christus heeft zijn leven gegeven, omdat we werkelijk vrij zouden zijn. Dat betekent, dat het functioneren van de Gemeente wordt gekenmerkt door afhankelijkheid. Maar ook door verootmoediging. Dat is het erkennen, dat we zelf op geen enkele manier iets tot stand kunnen brengen en dat we het volledig van God willen verwachten. Dat vergt moed en volharding. Maar ook voortdurend plaatsbepaling. We zijn het immers zo gewend om onze eigen boontjes te doppen. En zelfs als we het schijnbaar aan de Heer overlaten, proberen we de zaak nog onder controle te houden.
Toch ben ik er van overtuigd, dat God zijn volk, de Gemeente, niet in de steek laat. Christus heeft beloofd, dat de ‘poorten van het dodenrijk haar niet zullen overweldigen’. Maar waar vinden we haar dan? Elia dacht ook alleen te zijn overgebleven, maar God maakte hem duidelijk, dat er nog 7000 waren, die hun knie niet voor de afgod hadden gebogen.
Ik en mijn gezin stellen ons er voor open. Voor een contact met leden van het Lichaam van Christus. Als de huidige situatie van de kerken en gemeenten u ook niet aanspreekt en als u er eveneens van overtuigd bent, dat Christus zijn Gemeente bouwt en nooit in de steek laat, neemt u dan met ons contact op. Misschien dat we dan gezamenlijk iets kunnen coördineren. Als meerderen zich bekend maken, is het misschien wel mogelijk om u in uw eigen buurt met anderen in contact te brengen.
De Stichting Christelijk Internet / VISIONT — coaching, stelt zich ten doel de Gemeente van Christus tot een steun te zijn. Dat betekent niet dat we opnieuw een kerkelijke organisatie of structuur in het leven willen roepen, maar dat we ons als eerste aan de Heer van de Gemeente willen toewijden. We willen gaan waar Hij ons leidt.
Uiteindelijk gaat het niet om kerken en gemeenten, maar om discipelen. Discipelen kunnen overal en op elk moment samenkomen, want de Gemeente is er 24 uur per dag en 7 dagen in de week. De Gemeente slaapt nooit en de deur staat altijd open. Daarnaast is het onze mening, dat de ware Gemeente zich gewoon in onze eigen omgeving bevindt. Waar discipelen zijn, is ook de Gemeente. Dat betekent, dat discipelen zich ook niet aan de Gemeente kunnen onttrekken. Want ‘waar 2 of 3 in de naam van Christus bijeen zijn, is Hij in het midden’.
God zegene u bij het ‘vinden’ en innemen van uw plek, binnen het Lichaam van Christus. Moge de Heer van de Gemeente u vervullen met inzicht en wijsheid om te onderscheiden waar het nu werkelijk op aan komt.

