IJdelheid van denken
Wat zijn de redenen voor atheïsten,om niet in God te geloven?
Zomaar een vraag op een website. De vraag werd overigens gesteld door een christen.
Een gedeelte van één van de antwoorden luidde als volgt:
“Er is geen enkele reden om aan te nemen dat god bestaat of bestaan heeft”.
En dat zette mij aan het denken. Ten eerste al vanwege de arrogantie die er uit deze ene opmerking sprak. Want degene die dit antwoord gaf, was blijkbaar op de hoogte van alle redenen (die bestaan).
Vandaar dat zijn conclusie was, dat er geen enkele reden is voor de aanname dat er een god bestaat.
Zou deze persoon god zijn? Maar dat kan niet, want dan was de opmerking een leugen. Een zogenaamd contradictie in termina oftewel ‘een tegenspraak in zichzelf’.
Beter was als hij had gezegd: “Ik ken geen reden …” ; dan was er een constructieve en wellicht verhelderende dialoog ontstaan. Nu knalde hij de deur al dicht voordat deze van het slot kon worden gehaald.
Dom en kortzichtig
Het antwoord is wel interessant. Niet vanwege de inhoud, maar vanwege de vooronderstelling en onwetendheid, die uit het deze zin blijkt.
Je zou immers ook kunnen stellen: ‘Er is geen enkele reden om aan te nemen dat god niet bestaat’. Dat is namelijk waar het in feite omgaat: redenen oftewel logisch denken.
Nu is de mens in het algemeen alleen maar in staat om te denken in kaders die door onze zintuigen zijn gevormd. God of anders gezegd, de geestelijke (niet-natuurlijke) wereld, is nooit via onze zintuigen te onderzoeken. Bepaalde principes in de natuurlijke wereld gelden daar doodeenvoudig niet.
Je kunt niet bewijzen dat God niet bestaat
Bewijzen dat God bestaat kan je dus niet. Maar net zo goed kun je niet bewijzen, dat Hij niet bestaat. Het enige dat je kan doen is redeneren. En dan hebben we eigenlijk maar een paar instrumenten: de wet van oorzaak en gevolg en de wet van contradictie. Als men zich niet houdt aan deze twee wetten, is elke redenatie waardeloos, want niet te doorgronden.
Daarnaast dient men zich te houden aan de definities die men afspreekt. Je krijgt anders te maken ‘parallel-gesprekken’: men heeft het, zonder het door te hebben, over verschillende zaken.
Als je dus stelt: ‘er is geen enkele reden om aan te nemen dat…’, geef je hiermee dus aan, dat je alle redenen kent. En dat is natuurlijk niet zo.
Als je het niet weet, moet je ergens van uitgaan
Het aannemen of verwerpen van een redenatie komt dus voort uit een vooronderstelling. Een goede redenatie leidt namelijk altijd tot een conclusie of een consequentie. Het praten over koetjes en kalfjes is daarom geen redeneren.
Ik durf dus te beweren, dat een atheïst niet gelooft, omdat hij dat niet wil. Net zoals iedereen accepteert hij daarbij alleen de redenen die overeenkomen met zijn eigen uitgangspunt. Redenen die legitiem tot een andere conclusie zouden leiden, negeert hij doodeenvoudig. Let wel op, dat we allemaal die neiging hebben. Dus ook gelovigen.
Met andere woorden: er zal nooit iemand tot geloof komen door goede redenaties. Je geloof wordt er wel door ondersteunt. Maar dan is wel van belang wat je onder ‘geloof’ verstaat. In Christelijk religieuze zin is het ‘visie en vertrouwen’ dat door God zelf in het hart van de gelovige wordt gelegd en in niet-religieuze zin is het ‘iets aannemen, waarvan het bewijs nog niet is geleverd’. Het eerste is ‘geloof’ dat God doet wat Hij belooft en het tweede is het ‘ervaringsgeloof’ waar we allemaal elke dag mee te maken hebben.
Wat is een atheïst?
NB: De Dikke van Dale omschrijft een atheïst als iemand die het ‘bestaan van een godheid ontkent’. En dat is alweer interessant, want er wordt niet gezegd, dat een atheïst ‘weet’ dat er geen god is. Met andere woorden: hij kan het ook niet bewijzen, maar ‘ont’kent doodeenvoudig het bestaan. Op dit punt komt de bijbel met het statement, dat ‘ieder mens ‘weet’ dat God bestaat en zelfs dat Hem alle aanbidding toekomt:
- Romeinen 1:20–21 “Want hetgeen van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de schepping der wereld uit zijn werken met het verstand doorzien, zodat zij geen verontschuldiging hebben. Immers, hoewel zij God kenden, hebben zij Hem niet als God verheerlijkt of gedankt, maar hun overleggingen zijn op niets uitgelopen, en het is duister geworden in hun onverstandig hart.”
Hiermee krijgt het voorvoegsel ‘ont’ wel extra betekenis. De ouderwetse betekenis van het woord ‘bekennen’ is ‘gemeenschap hebben met’ in de zin van intiem contact. Ontkennen staat daar in betekenis tegenover. Net zoals bedekken tegenover ontdekken staat.
De Dikke van Dale bevestigt met de uitleg van het begrip atheïsme de gedachte, dat een atheïst van het bestaan van god afweet, maar het ontkent. Daarmee is de atheïst geworden tot een leugenaar. En o ja, dit wordt ook door de Dikke bevestigt, want deze noemt de atheïst tevens een godloochenaar. En zoals we begrijpen: je kunt alleen iets (ver)loochenen als je weet dat het bestaat. Dat zit ‘m in de betekenis van het loochenen.
Je bent dan beter af als agnost. Want deze ontkent niet (wat hij weet), maar weet niet wat hij weet. De atheïst schopt tegen iets aan. Iemand is rijp voor het gesticht als men aanschopt tegen iets dat ‘niet is’ (verkort tot niets). We moeten dan zo iemand onder therapie stellen, zodat hij leert hoe de zaak werkelijk in elkaar steekt. En voordat nu iedereen over mij heen valt: ik zeg hiermee dus juist, dat een atheïst NIET per definitie rijp is voor het gesticht. Juist omdat hij tegen ‘iets’ aanschopt, ook al ontkent hij het. Een agnost gaat het gevecht doodeenvoudig uit de weg, omdat deze weet dat een dergelijke strijd op menselijk vlak (via het redelijke denken) nooit is te winnen.
Overigens loopt een christen uiteindelijk ook risico’s te worden weggestopt in een gesticht. Als de god-loochende minderheid het op deze wereld voor het zeggen krijgt, is die situatie helemaal niet meer zo denkbeeldig. Denk maar eens aan wat er staat in:
- Openbaring 11:8–10 ‘En hun lijk zal liggen op de straat der grote stad, die geestelijk genaamd wordt Sodom en Egypte, alwaar ook hun Here gekruisigd werd. En uit de volken en stammen en talen en natien zijn er, die hun lijk zien, drie en een halve dag, en zij laten niet toe, dat hun lijken in een graf worden bijgezet. En zij, die op de aarde wonen, zijn blijde en verheugd over hen en zullen elkander geschenken zenden, omdat deze twee profeten hen, die op de aarde wonen, gepijnigd hadden’.


