Een dag der wrake

Hier­van toch ben ik ten volle over­tu­igd, dat Hij, die in u een goed werk is begonnen, dit ten einde toe zal voortzetten, tot de dag van Chris­tus Jezus”

Fil­ipen­zen 1:6

Jezus in de syn­a­goge te Nazaret

EEN NIEUW TIJDPERK

We hebben het er vaker over gehad, maar met de komst van Jezus op deze aarde is een totaal nieuw tijd­perk begonnen. Een nieuwe bedel­ing of orden­ing. Iets dat van een geheel andere orde is. Het­geen, dat is geweest, ver­jaart en is niet ver van verd­wi­jn­ing. Het oude is voor­bij gegaan; zie het nieuwe is gekomen.

In de syn­a­goge van Nazareth betu­ig­den de toe­ho­orders hun instem­ming met de woor­den van genade die over de lip­pen van Jezus kwa­men: De Geest des Heren is op Mij,.. Jezus citeerde die woor­den uit de boekrol van Jesaja, die Hem ter hand werd gesteld. In die dagen was nog geen vast sys­teem voor het lezen van bepaalde gedeel­ten uit de Schrift, van­daar dat men zich er over ver­won­derde, dat Jezus juist dat gedeelte las.

Alle ogen waren gericht op Degene van wie ze al zo veel had­den geho­ord en men hield de adem in: nu komt het, nu zullen we de teke­nen en won­deren zien, die elders reeds waren geschied.

Jezus heeft echter, in zijn dagen, geen gevan­genis­deur geopend. Geen gevan­gene is door Hem op vrije voeten gesteld. Of het zou Barab­bas geweest moeten zijn, die dankzij de Zoon des mensen zijn vri­jheid terugkreeg. Toch gaf Jezus aan, dat met zijn bedi­en­ing het aan­ge­name jaar des Heren een aan­vang nam. Of zoals het in Jesaja staat:

een jaar van het wel­be­ha­gen van de Heer en een dag van de wraak van onze God”.

Het lijkt een tegen­stelling te zijn: een aan­ge­naam jaar en een dag van de wraak. Het is aan­ge­naam voor God om wraak te oefenen.

HET WEZEN VAN GOD

Toch heeft dat het ene zeer veel met het andere te maken. Het werpt een bepaald licht op het wezen van God. En als Jezus die woor­den in de syn­a­goge van Nazareth uit­spreekt, staan we op de drem­pel van een nieuwe era. God komt in Jezus Chris­tus tot han­de­len. En het is zomaar niet afgelopen; het begint pas.

Het han­de­len van God betekent dat treuren­den wor­den getroost, droefheid veran­dert in vreugde, as wordt ingeruild voor een lofge­waad. God over­wint in zijn rechts­ged­ing. Het pleit is gewon­nen. Dat is de wraak van God: Hij heeft de over­win­ning. En de over­win­ning van God betekent heil voor het volk dat Hem van harte zoekt.

Als Asaf in psalm 83 zijn gebed om hulp tegen zijn vijan­den uit­spreekt geeft hij aan, dat zijn vijan­den zeggen:

komt, laten wij hen als volk verdel­gen, zodat aan de naam van Israël niet meer wordt gedacht”

Dan volgt er iets opmerke­lijks. Asaf concludeert:

want zij hebben eens­gezind beraad­slaagd, tegen U een ver­bond gesloten”

Het bij­zon­dere is, dat het voorne­men om het volk van God te verdel­gen, is voort­gekomen uit een ver­bond, dat tegen God is opgericht. In dat kader dient ook de opmerk­ing van Jesaja te wor­den gezien.

EEN DAG DER WRAKE

De dag van Gods wraak is het moment, dat Hij zijn wel­be­ha­gen en zijn heil over het volk uit­stort. Aan­ge­naam voor God en een wel­daad voor de treuren­den en geestelijk gevan­genen. In plaats van de verni­etig­ing van Gods gun­stgenoten, vindt er iets geheel anders plaats: Zij komen tot leven! Het Koninkrijk Gods breekt zich baan met kracht. Nu is er niets meer dat het nog kan keren. In Jezus’ over­win­ning is defin­i­tief afgerek­end met de tegen­stander. Het ver­bond dat tegen God was ges­loten, blijkt een krachteloos ver­bond te zijn.

Inmid­dels leven wij een kleine twee­duizend jaar later. Er is veel in die tijd veran­derd en veel niet ten goede. Toch is het aan­ge­name jaar van de Heer nog niet ten einde. Nog steeds is het een dag van Gods wraak. Toch zijn velen zich niet meer direct daar­van bewust. Petrus geeft aan dat er spot­ters zullen komen, die zullen zeggen: “waar bli­jft de belofte van zijn komst?”. Men zal dan wijzen op de schi­jn­baar onveran­derde omstandighe­den. En hebben ze geen gelijk? Waar is nu dat aan­ge­name jaar des Heren?

Nog steeds komen over de gehele wereld mensen tot bek­er­ing. Meer dan ooit breekt het Koninkrijk Gods zich baan met kracht. Het is maar net wat je wilt zien. In de syn­a­goge in Nazareth was men met name gericht op de uiter­lijke ver­schi­jnse­len van Jezus’ bedi­en­ing. En inder­daad, dat moeten we niet uitvlakken.

DE BEDIENING

De bedi­en­ing van Jezus betek­ende, dat zieken genazen, blinde ogen wer­den geopend, doven gin­gen horen, en zelfs doden wer­den opgewekt. Maar het zou alles van zeer tijdelijke aard zijn geweest, als er geen gevan­genen tot bevri­jd­ing waren gekomen. Want dat was de kern van de bedi­en­ing van Jezus.

Jezus had meer op het oog. Dat zou zijn loon zijn. Dat was het­geen waar Hij zich voor zou inspan­nen: de bevri­jd­ing van de gevan­genen. Dan zou de wraak van God totaal zijn. Dat was aan­ge­naam voor God. Bevri­jd­ing. Jesaja geeft het reeds aan: Hij zal het zien tot verzadig­ing toe. In hoofd­stuk 53 staat, dat het loon voor de Gezalfde bestaat uit recht­vaardi­gen. Dat zijn Zijn nakomelingen.

Het tek­stgedeelte dat boven onze over­denk­ing staat, heeft alles met het aan­ge­name jaar van God te maken. Het is Gods vreugde dat jij en ik tot bevri­jd­ing zijn gekomen. Echter, dat is het begin van alles. Een­maal bevrijd, begint het echte werk: Gods Geest bew­erkt het in jou en mij. Aan de ene kant geeft dat een stuk afhanke­lijkheid aan.

ZEKERHEID

Aan de andere kant betekent het ook een stuk zek­er­heid. We hoeven het immers niet te doen in eigen kracht? God heeft er plezier in om in jou tot was­dom te komen. Het is aan­ge­naam voor Hem, om in jou een zoon Gods te zien ontwikke­len. Daar gaf Jezus zijn leven voor: om vele zonen Gods voort te bren­gen. Hij was de eerste en er zullen nog velen vol­gen. Alle­maal recht­vaardi­gen die in de voet­sporen lopen van hun Lei­ds­man en volein­der van hun geloof: Jezus Christus.

Voor ons betekent het: besef­fen, dat Jezus het volkomen heeft vol­bracht. Wij zijn bevrijd uit de heer­schap­pij van de mensen­mo­or­de­naar. Volledig. Niet half, maar voor 100%. Niet meer in de gevan­ge­nis, maar vrij om te kiezen voor een wan­del met onze Heer en Hei­land Jezus Chris­tus. Dat werk wil Hij in ons vol­maken tot het einde.

De bemoedig­ing dat Jezus het werk afmaakt, zal dan resul­teren in het afwi­jzen van de leu­gen dat het nog lang niet zo ver is. God heeft grote plan­nen met jouw en mijn leven, want Hij heeft nog veel meer gevan­genen op het oog, die moeten wor­den bevrijd. En het besef dat het aan­ge­name jaar van de Heer nog niet ten einde is, doet ons inzetten voor die ander, opdat ook zij daar deel aan krijgen.

Print Friendly

You must log in to post a comment.