Blij zijn

Inte­gen­deel, verbli­jdt u naar­mate gij deel hebt aan het lij­den van Chris­tus, opdat gij u ook met vreugde zult mogen verbli­j­den bij de open­bar­ing zijner heerlijkheid.,

1 Petrus 4:13

Houd dit maar eens een dag vol…

Wan­neer je zo nu en dan een gesprek hebt, dat wat dieper gaat dan het reg­uliere geneuzel, komt vaak het humeur van de mens in het alge­meen ter sprake. Het gevoe­len is, dat men “min­der” blij is. Ik zet dat tussen aan­hal­ing­stekens, omdat min­der een relatief begrip is. Zeker in com­bi­natie met blij-zijn. Maar zeker; de mens wordt harder. Dat uit zich in een toen­e­mende intol­er­ante houd­ing. De mens heeft min­der voor elkaar over. En het blijkt, dat humeur en tol­er­antie in dit geval ver­want zijn aan elkaar.

Vanuit een wat meer bij­bels per­spec­tief, zou je kun­nen zeggen, dat de liefde verk­ilt. Verkillen betekent zoveel als: de warmte verd­wi­jnt er uit. Het vuur wordt niet meer gevoed. Net zoals er niets killer is dan een houtkachel, die halver­wege de nacht uit­gaat. De vol­gende mor­gen hangt er dan nog wel de geur van ver­brand hout. Maar het is geen pret­tige geur. Het stinkt een beetje.

De mens wordt dus intol­er­ant. Hij kan steeds min­der hebben. De mens wordt sacher­i­jnig. Daar­door sluit de rechter­rij op de grote weg zich ook, wan­neer iemand van links nog graag in wil voe­gen. Of proberen we nog net, soms met gevaar voor alle wegge­bruik­ers, voor de neus van onze tegen­lig­ger door de wegvers­mall­ing heen te drukken, waarna we de rest van de rit met een rot­gevoel bli­jven zit­ten. Men gunt elkaar steeds min­der ruimte. We eisen steeds meer ons recht.

We ervaren die verkilling van liefde in feite alle­maal. Ik denk niet, dat er iemand echt gedachteloos aan voor­bij gaat. Er zijn miss­chien mensen die het niet goed kun­nen duiden, maar het maakt ons alle­maal wat hulpeloos en wan­hopig. We besef­fen dat we niet in staat zijn om het tij te keren.

De ervar­ing, dat de liefde verk­ilt, doet ook de bli­jd­schap verd­wi­j­nen. En zo wordt de maatschap­pij toen­e­mend vreugde­loos. En door­dat de mens in zichzelf geen mogelijkheid om een dam op te wer­pen, is hij overgeleverd aan wat er over hem heen spoelt. Betekent dat dan het einde? Het lijkt immers wel alsof er dan alleen nog maar een soort col­lec­tieve euthanasie overblijft.

Het bij­zon­dere is even­wel, dat de Schep­per de mens niet heeft gemaakt om sacher­i­jnig en vreugde­loos te zijn. De sit­u­atie, zoals vele mensen hem ervaren, is niet door God gewild. Wel is de sit­u­atie, waarin de mens ver­keert, een gevolg van de wens om van God onafhanke­lijkheid te zijn. In zijn ver­lan­gen om vrij te zijn, om het zelf te kun­nen uit­zoeken, is de mens in han­den gevallen van de slaven­dri­jver. De Schrift noemt hem de mensen­mo­or­de­naar van de beginne. Deze gaat rond en zoekt wie hij kan ver­slin­den. En degene voor wiens deur hij staat, ervaart reeds de kilte van zijn aan­wezigheid. En blijk­baar neemt de druk toe. Dat zou de toe­name van de liefde­loosheid verklaren.

Het is een utopie om te denken, dat je neu­traal ten opzichte van zowel het één als het ander zou kun­nen staan. De Schrift drukt het als volgt uit:

  • Johannes 3:18b ..wie niet gelooft, is reeds vero­ordeeld, omdat hij niet heeft geloofd in de naam van de enigge­boren Zoon van God.

Dit wil dus zeggen, dat er geen neu­traal ter­rein, een nie­mand­s­land, bestaat, waar je als het ware de kat uit de boom kunt kijken. Johannes zegt in feite: als je niet voor Chris­tus kiest, ben je reeds overgeleverd in de han­den van de satan. Met andere woor­den: dat is de omstandigheid waar de niet-christen in ver­keert. Er zijn dus maar twee mogelijkhe­den: het oordeel of de bevri­jd­ing uit het oordeel waar je van nature in ver­keert. Het oordeel betekent: vreugde­loosheid, kil­heid en sacher­i­jnigheid. Bevri­jd­ing uit de slav­ernij betekent: vreugde, warmte en bli­jd­schap. Maar, en dat is de kant­teken­ing: bevri­jd­ing is alleen mogelijk in het aan­nemen van Chris­tus als je per­soon­lijke Verlosser.

Er is dus hoop. Ook voor jou. Zelfs als je al Chris­ten bent, is het wellicht nodig om je opnieuw aan Hem toe te vertrouwen. Chris­te­nen immers, zijn ook niet vrij van strijd. Zij ervaren niet zelden de kilte van de vijand, als deze voor hun deur staat. De uit­spraak van Johannes kun je dan als volgt inter­preteren: ook de Chris­ten valt weer onder het oordeel, als hij zijn vertrouwen niet meer op Chris­tus stelt. Het is namelijk een voort­durend pro­ces, dat pas is afgerond als Chris­tus zichzelf volledig in de Chris­ten zal open­baren. Tot dat moment betekent het, dat we strijd hebben te lev­eren. Met name tegen de leu­gen, dat we geen ver­weer hebben tegen de druk die de boze op ons uitoe­fent. Maar Chris­tus is over­win­naar. Ongeacht wat de vijand ons wijs­maakt. En het gevolg van Zijn macht is: vreugde. Immers, we kun­nen ons onge­lim­i­teerd verbli­j­den over het feit, dat Chris­tus uitein­delijk het laat­ste woord spreekt. Ook in ons leven.

Print Friendly

You must log in to post a comment.