Bezigheid als therapie 2

Onder de laat­ste cat­e­gorie, de echte zoek­ers, bevin­den zich de meeste religieuzen en gelovi­gen in de kerken. Ook zij besef­fen, dat er iets aan hun leven ont­breekt. Maar omdat hun denken geïm­preg­neerd is met de wens om zichzelf te bevredi­gen, zijn ook zij op zoek naar wel­vaart. Geestelijke welvaart.

Prachtig van bin­nen, maar wat als je dat aan de buitenkant niet kunt zien?

Van­wege ons belev­ings­gerichte denken, willen we bezig gehouden wor­den. Als we er maar niet meer aan hoeven te denken. Want als we er niet aan hoeven te denken, voe­len we ons tevre­den. Als die stem die voort­durend fluis­tert: “Ja, maar …” maar over­stemd wordt.

Het prob­leem is, dat dit soort houdin­gen niet vol te houden is. Op het eind is het met de tijdelijk bevredigde zoek­ers zelfs nog veel slechter gesteld. Ze hebben hun tijd ver­daan. En nu staan ze nog met lege han­den. Want dat is het punt van mijn betoog: de mens weet!

OVERSCHREEUWEN

Hij kan negeren, over­schree­uwen, er mee in dis­cussie gaan, het proberen tot zwi­j­gen te bren­gen door schi­jno­plossin­gen, maar het helpt hem niet. De bij­bel geeft aan, dat op een bepaald moment elke knie zich zal buigen voor Jezus Chris­tus en zal erken­nen dat Hij Heer is. Er staat niet, dat dit in alle gevallen van harte zal gaan. Het punt is echter, dat iedereen er op zijn eigen manier mee om kan gaan, maar dat op het eind maar één Heer overbli­jft: Jezus Christus.

Op dit moment zegt de alles(beter)weter: “dat kun je nu wel vin­den, maar je hebt gewoon het inzicht niet, dat ik wel heb”. En hij doet verder zijn ding.

Op dit moment zegt de agnost: “het zou kun­nen, maar ik weet het niet. Laten we er maar eens over praten, als JIJ dat wilt, dan leg IK je wel uit, waarom JIJ het ook niet kan weten”. En ook hij doet zijn ding.

En op dit moment zegt de echte zoeker: “maar als het dan uitein­delijk gaat om die Ene: Jezus Chris­tus, dan wil ik vanaf nu niet meer zoeken en mijn knieën alvast buigen voor Hem en Hem beli­j­den als Heer”. En ook hij doet Zijn ding.

OOK SOMMIGE CHRISTENEN MOETEN ZICH BEKEREN

Je komt pas echt thuis, als je een oploss­ing hebt gevon­den voor die leegte die elk mens met zich mee­draagt in het hart. Die leegte is door God gemaakt. In iedere mens. Nie­mand uit­ge­zon­derd. God heeft het echter aan de mens zelf overge­laten hoe hij met die leegte omgaat en waarmee hij het wil vullen. Er is echter niets op deze wereld (ook niet in het denken van de mens) dat in dat gat past.

Het is als een slot in een deur van een bib­lio­theek, waar­van je weet dat daar alle antwo­or­den op alle vra­gen aan­wezig zijn. Op dat slot past echter maar één sleu­tel. De alles(beter)weter zegt, dat die bib­lio­theek en der­halve het slot en de sleu­tel niet bestaan. De agnost zegt, dat nie­mand kan weten (hij wil het ook niet weten) of er wel een bib­lio­theek bestaat. Maar de zoeker laat zich door iedereen op weg sturen en is op die manier bezig om elke mogelijkheid uit te proberen. Hij is diep in zijn hart over­tu­igd, dat er een bib­lio­theek bestaat en dat het mogelijk moet zijn om die bin­nen te gaan.

GOD LAAT DE MENS NIET VALLEN

God heeft de mens en zijn leegte niet in de steek gelaten. Hij heeft niet alleen geopen­baard, dat die onrust in de mens door dat gat (leegte) wordt veroorza­akt, maar heeft ook de oorzaak er van getoond. En Hij heeft tevens verteld waar de sleu­tel te vin­den is. Er is echter één voor­waarde: de mens moet erkennen!

Als je dat gat, die leegte, in de mens voorstelt als een tape, die voort­durend dezelfde bood­schap laat horen, dan zou die bood­schap kun­nen zijn: “erken dat je het op eigen kracht niet voor elkaar kri­jgt”. Die bood­schap is niet: bekeer je, want dat impliceert al dat de mens weet, waar­van en waar­naar­toe hij zich moet (be)keren. En dat weet hij op dit moment nog niet. Het enige dat de mens moet doen, is erken­nen dat hij tekort schiet. Dit is zogezegd, let­ter­lijk een sprong in het duis­ter. Op dat moment, komt de Geest van God over hem en geeft hem twee din­gen: ten eerste, de richt­ing waarheen hij op weg moet gaan en, ten tweede, de kracht om ook werke­lijk die weg te gaan.

UITVERKIEZING

Op dit moment heb ik een aan­tal lez­ers in ver­war­ring gebracht. Namelijk zij die hebben geleerd, dat de mens zelf niets toevoegt aan zijn bek­er­ing, maar dat alles van God komt. Geen eigen werk van de mens, zogezegd. Over dit thema is al vele eeuwen strijd in de kerk.

Als je echter mijn uiteen­zetting goed tot je door laat drin­gen, dan vind je daarin niets van eigen werk. Ten eerste is daar dat gat, die leegte. God heeft die leegte veroorza­akt, toen de mens besloot zijn eigen weg te gaan en hij buiten de hof van Eden werd geplaatst. Ten tweede volgt uit de aan­wezigheid van die leegte, dat de mens altijd op zoek is om die leegte te vullen. Hij weet echter niet waarmee en tobt rond in het duis­ter, zon­der te weten waar hij terecht komt. De mens is echter vast­besloten om zijn zoek­tocht op eigen kracht te doen.

Elk mens bezit echter ook het ver­mo­gen om te con­clud­eren, dat hij geen oploss­ing kan vin­den voor die onrust, die door die leegte ontstaat. Hij is niet com­pleet, maar weet niet (noem het ontken­nen!) hoe dat komt. Maar elk mens komt, vroeg of laat, tot de con­clusie, dat hij blijk­baar niets kan bedenken, dat een echte en duurzame (lees: eeuwige) oploss­ing biedt voor het probleem.

EN WEER IS DAAR GOD..

Op dit moment komt God alweer te hulp. Hij laat de mens zien, dat er wel degelijk een Weg is. En dan geeft Hij die mens ook nog eens de kracht om die Weg te gaan. Nu is mijn vraag: op welk moment is het behoud van deze mens op enig punt afhanke­lijk van eigen werk?

Ik besef, dat ik er op dit moment niet het laat­ste woord over kan zeggen: dit artikel is al lang genoeg.

Het enige dat ik nog wil benadrukken, is dat iedereen, dus ook de chris­ten, niet alleen af moet zien van elk werken in eigen kracht, maar ook van een ego­cen­trische houd­ing. God is de Enige die leegte in het hart van de mens kan vullen. Ook de chris­ten zal dus moeten ophouden de leegte in zijn hart zelf op te vullen. En daar gaat het met de meeste chris­te­nen mis. Maar dat heeft ook weer een oorzaak: de natu­urlijke neig­ing van de kerk om alles weer in regels en wet­ten te vatten.

Ik gaf het al aan: we moeten vernieuwd wor­den in de geest van ons denken. We moeten op een andere manier leren omgaan met de zaken. God zegt ons Hem op de eerste plaats te stellen. Voor alle andere zaken, niets uit­ge­zon­derd, zal Hij zorgen.

De boze, dat is de satan, heeft echter al vele eeuwen ervar­ing in het mis­lei­den van de mens. Keer op keer slaagt hij er in om de mens op het ver­keerde been te zetten. En zijn truuk is altijd dezelfde: het proclameren van een halve waarheid, ver­pakt in een omhulsel van twijfel.

Een vol­gende keer zullen we hier verder op ingaan.

Print Friendly

You must log in to post a comment.