Maandelijks archief: oktober 2011

IJdelheid der IJdelheden 1

Een typ­is­che ijdele bezigheid: de draaimolen

Prediker heeft er al over: alles is ijdel­heid. Hij drukt zich overi­gens nog wat prak­tis­cher uit: “Alles leidt tot niets”. Bij ijdel­heid kun je denken aan iets waar je nog plezier aan beleven kunt, maar wat geen wezen­lijke inhoud heeft. Geen body, zogezegd.

IJdele bezighe­den zijn plezierig als je even je gedachten wilt ver­strooien en even “ner­gens” mee bezig wilt zijn. IJdele zaken wor­den pas een prob­leem, als je er achter komt, dat je er niet aan kunt ontsnap­pen. IJdel­heid of het naja­gen van wind, zoals Prediker zegt, is een cirkel waarin het bestaan van de mens zich afspeelt.

Lees verder

God’s risico

Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn enigge­boren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet ver­loren gaat, maar eeuwig leven heeft.

Johannes 3:16 (HSV)

Want zo lief heeft God de wereld gehad,

Zijn groot­ste strijd was in Getsemané

Voor som­mi­gen staat vast dat God niet bestaat. Laat staan dat men aan­neemt, dat God iets voor de wereld ervaart, dat zo per­soon­lijk is als liefde. Maar toch is dat waar het om gaat. Gelukkig bewi­jzen de ontken­ning van God en zijn gevoe­lens voor de wereld niet dat God daad­w­erke­lijk niet bestaat. Het is meer een soort wish­full thinking.

Door met alle kracht het bestaan van God te ontken­nen, hoopt men dat het ook waar is. Net zoals een klein kind de vingers in de oren steekt en veel geluid begint te maken, zodat het niet meer hoort wat de ouder zegt.

Wat dat betreft is het maar goed, dat God geen verzin­sel is, want waar zouden we dan nog terecht kun­nen met al onze ellende? Daar­naast: wie zou in hemel­snaam een dergelijke God verzinnen?

Lees verder

De dag van de grote Sabbat

Om zijn moeit­evol lij­den zal hij het zien tot verzadig­ing toe; door zijn ken­nis zal mijn knecht, de recht­vaardige, velen recht­vaardig maken, en hun ongerechtighe­den zal hij dragen.

Jesaja 53:11

Er staat geschreven …

Maar al die gebeurtenis­sen, alhoewel in het jaar op ver­schil­lende momenten gevierd, staan in geen enkel opzicht los van elkaar. Ze zijn van elkaar afhanke­lijk, zoals eb en vloed, zomer en win­ter en dag en nacht. De één kan niet zon­der de ander bestaan. En vanzelf­sprek­end wil ik in deze weekmed­i­tatie geen waarde-oordeel of pri­or­iteit aan één of meerdere feestda­gen toeken­nen. Maar deze week wil ik wat meer over goede vri­jdag te zeggen.

In de peri­ode die ligt voor goede vri­jdag wordt in de kerk veelvuldig stilges­taan bij het lij­den van onze Heer. En omdat we er tegen­wo­ordig, in de tijd gezien, redelijk ver van­daan staan, wordt de kruis­dood vaak breed uit geme­ten. Ik kan me een prediker herin­neren, die in zeer plas­tis­che en tot de ver­beeld­ing sprek­ende bewo­ordin­gen uiteen­zette hoe ver­schrikke­lijk het ster­ven aan een kruis wel niet was. Zijn gehoor was op het eind van zijn predikatie tot tra­nen toe geroerd en men voelde bij wijze van spreken de nagels in de eigen polsen ges­la­gen wor­den. Vooral het moment waarop uit­ge­breid uit de doeken werd gedaan., welke krachten er op het lichaam van de vero­ordeelde gin­gen werken, wan­neer het kruis recht overeind werd gezet en in het gat van de schedelplaats plofte, veroorza­akte een golf van ontzetting.

Lees verder

De Plaatsvervanger

Als Ik bij de Vader ben, zal Ik mijn Plaatsver­vanger sturen. Dat is de Heilige Geest, de bron van alle waarheid. Hij komt uit de Vader en zal u alles over Mij vertellen.

Johannes 15:26

Hoe een ervar­ing uit te beelden?

Er vlak voor

Zo vlak voor Pinksteren kijken wij er vanuit ons 20e eeuwse per­spec­tief heel anders tegen aan dan de discipe­len bijna 2000 jaar geleden.

Als Jezus zijn onder­wijs aan­gaande het Koninkrijk der Heme­len ten einde heeft gebracht, staan ze daar uitein­delijk met z’n hon­der­den op die heuvel. Het is een hele gemeente bij elkaar. Ze zijn daar verza­meld rond hun Meester, die nu bezig is zijn laat­ste woor­den tot hun te richten. We kun­nen ons voorstellen, dat de lucht bezwangerd is van verwacht­ing. Immers, Jezus Chris­tus heeft alles gezegd en hoe gaat het nu verder?

De discipe­len zijn dan ook één groot vraagteken. “Here, is het dan nu het moment, dat U het kon­ingschap voor Israël gaat her­stellen?” Het antwo­ord van Jezus klinkt als een doo­d­doener: “Wacht af”. De vraag van de gemeente was overi­gens geheel legi­t­iem. Bij de pre­sen­tatie van het Koninkrijk der heme­len, wordt uit­er­aard ook gespro­ken over een Koning.

Die Kon­ing, dat is Jezus Chris­tus, zoveel is wel helder. Maar een kon­ing heeft ook een par­lement, een regering. En het was de discipe­len wel duidelijk gewor­den, dat zij die regering zouden vor­men. Per slot van reken­ing moest het Koninkrijk van God de hele aarde gaan omvat­ten. En dat zou Jezus niet alleen willen doen. Daar had Hij hun bij nodig. Dus: “Here, wan­neer geeft U het startsein?”.

Lees verder