Niet dat wij uit onszelf bek­waam zijn…onze bek­waamheid is Gods werk, die ons ook bek­waam gemaakt heeft om dien­aren te zijn van een nieuw ver­bond niet der let­ter, maar des Geestes, want de let­ter doodt, maar de Geest maakt levend”

2 Corinthiers 3:5 — 6

Oorde­len naar de geest van de wet…

Laatst (in 1997!) hoorde ik het iemand zeggen op de radio.

Het was in zo’n klein toe­spraakje van een paar minuten.

Hij zei: “de mensen wor­den weer gevoelig”.

Op zich denk ik inder­daad dat dat zo is.

Maar een kant­teken­ing is op zijn plaats.

Want waar wor­den de mensen gevoelig voor?

De radiospreker doelde op het ver­lan­gen naar het zien van elka­ars emoties.

Mensen willen weer iets van het hart zien bij elkaar.

Vorige week had ik met iemand een gesprek over de ver­schuiv­ing van de chris­telijke geloofs­belev­ing van de let­ter naar de Geest. Voor mij was dat reden om eens met elkaar na te denken over het aspect: Geest. Van­daar dat ik de hier­voorge­noemde tekst als uit­gangspunt heb genomen voor deze weekmed­i­tatie. Oplet­tende lez­ers zullen bemerken, dat mijn vorige over­denkin­gen in feite over het­zelfde thema ging: het (be-)kennen van God, die toch immers geest is.

In de over­gang van het oude naar het nieuwe ver­bond, dat wordt gemar­keerd door het leven en ster­ven van Jezus Chris­tus, is er iets defin­i­tief veran­derd. Paulus is er met name, van­wege de grote hoeveel­heid van geschriften, die hij de kerk heeft nage­laten, de expo­nent van gewor­den. Maar elke apos­tel en evan­ge­list spreekt er over: sinds Jezus is alles veran­derd. Men spreekt over oude — en nieuwe wijn. Over wed­erge­boren zijn en het leven door de Geest en niet naar de letter.

Maar wat was nu het grote ver­schil? Heeft men alles over­bo­ord gezet, wat men altijd had geleerd? Was het nu alles van nul en gen­er­lei waarde gewor­den? Is Jezus gekomen met iets geheel nieuws? Het is een vraag die ons steeds weer bezig houdt. Ook van­daag de dag. En weer opnieuw dreigt er een tweedel­ing te ontstaan tussen hen die zeggen, dat het draait om het Woord en dege­nen die zeggen dat het draait om de Geest. En ook bin­nen dit kader is er geen ver­schil tussen hen die “buiten” — en hen die “bin­nen” staan. De een zegt: je moet nuchter zijn, de ander zegt: je moet je laten lei­den door de Geest. Het wordt soms zelfs nog sterker uitge­drukt: de Schrift spreekt alleen maar over de een­heid des Geestes en niet over de een­heid des Woords. Met andere woor­den: je hoeft met elkaar niet het­zelfde te denken over het­geen de Schrift leert; als je de Geest maar hebt.

Ik vraag me af of de tegen­stelling die men oproept wel werke­lijk bestaat. Let wel, ikzelf ben er vast van over­tu­igd dat de werk­ing van de Geest Gods nog dezelfde is als bijna twee­duizend jaar gele­den, op de eerste pinks­ter­dag. En voor mij heeft alles wat Paulus er over zegt, nog niets aan kracht inge­boet. Maar nog­maals, bestaat er een tegen­stelling tussen de Geest en het Woord?

Een opper­vlakkig lezen van de boven­staande perikoop lijkt de tegen­stelling te beves­ti­gen. Maar Paulus heeft het hier niet over iets, dat tegen­over het andere staat, maar over iets dat zon­der het andere niet kan func­tioneren. Juist het isol­eren van de twee com­po­nen­ten geeft prob­le­men. En dat was nu juist het­geen waar Paulus in zijn eigen leven hart­grondig mee had afgerek­end. Hij noemt het­geen hij naar de let­ter heeft geleerd vuil­nis. Hij werpt het weg, om ruimte te maken voor Hem die klaar­blijke­lijk niet in een dergelijke omgev­ing tot groei kan komen.

Als Jezus Zijn laat­ste gesprekken heeft met de discipe­len, belooft Hij na Zijn heen­gaan een andere Trooster. Een Trooster is iemand die tra­nen droogt, die een arm om je heen slaat en warmte brengt op kille momenten. Maar Jezus geeft ook aan waar met name het werk van de Trooster uit zal bestaan: het te bin­nen bren­gen van het­geen Hij heeft gespro­ken en heeft geleerd. Net zoals Jezus zelf steeds bezig is geweest om de “Schrift te ope­nen”, zo zal ook de andere Trooster het Woord uiteenzetten.

En daar zit met name het punt. De Geest die door Chris­tus van de Vader gevraagd is, zal het uit Hem (Jezus) nemen en het de discipe­len, u en mij, verkondi­gen. In het oude ver­bond waren de mensen volledig op hun ler­aren, de Schrift­geleer­den, aangewezen. Van­daar dat in de woor­den van de pro­feten, de ler­aren van het volk zo streng wor­den aangepakt. Het­geen de Schrift­geleer­den onder­wezen, was het kader waarbin­nen het volk veilig moest kun­nen bewe­gen. In het nieuwe ver­bond zegt Jezus echter, laat nie­mand uw ler­aar zijn. Het is de Geest uit God die het te bin­nen zal brengen.

Zo is dus het­geen in het oude ver­bond is onder­wezen op zich niet voor­bij. Het kri­jgt alleen die diep­gang, die het al die tijd heeft gemist: het wordt geschreven in de harten van de hoorders. En dat is het werk van de Geest. Tengevolge daar­van is er dus in feite geen tegen­stelling of ver­schil tussen het Woord en de Geest. De Geest spreekt het Woord.

Als we dus één in de Geest zijn, zullen we met name dezelfde Woor­den spreken. Troost­rijke Woor­den die vertellen over Jezus. Die tra­nen dro­gen, door­dat ze wijzen op Hem die het laat­ste Woord spreekt. En dat doet het hart goed. Het brengt emoties boven. Maar alles bin­nen de con­t­role van degene van wie de emoties zijn.
Een­heid des Geestes ontstaat, wan­neer de neuzen dezelfde kant op staan. Het heeft te maken met de wens om er voor te gaan. Om Jezus Chris­tus te ver­heer­lijken in deze wereld.

Want de Trooster wil maar één ding: Jezus Chris­tus groot maken en in het mid­delpunt plaat­sen.
Als we het hebben over gevoe­lens en emoties, staan die niet op non-actief. De mens is een een­heid. Dus waar de Geest van God de mens aan­raakt, zullen alle aspecten van de mens hun rol meespe­len. Maar het alles is gedirigeerd vanuit de Geest. En hoe kan de Geest anders werken, dan door vertroos­t­ende, opbeurende Woor­den te verkondi­gen aan onze geest. Dat klinkt wat moeil­ijk, maar wat de Geest in feite doet is Jezus Chris­tus tot was­dom laten komen in jouw en mijn hart: Jezus Chris­tus is zelf immers het lev­ende Woord!

NB: Deze over­denk­ing is bijna 15 jaar oud. Inmid­dels denk ik over de gevoe­ligheid van de mensen iets anders. Het egoïsme van de mensen is alleen maar toe genomen. De reden daar­voor is angst. Men is bang gewor­den. Bang en onzeker.

Laat een reactie achter