..maar wie roeme wil, roeme hierin, dat hij ver­stand heeft en Mij kent, dat ik de HERE ben, die goed­ertieren­heid, recht en gerechtigheid op aarde doe; want daarin heb Ik behagen…

Jere­mia 9:23

Infor­matie in overvloed: we kun­nen het (bijna) niet meer bijhouden

Het valt me op, hoeveel infor­matie er regel­matig over ons heen wordt gestort.

Meer dan ooit wor­den we gecon­fron­teerd met aller­lei mon­delinge, schriftelijke en visuele gegevens.

Na­tuurlijk helpt de ontwik­kel­ing van de com­puter daaraan mee. Inter­net, tele­visie, radio: alles tra­cht op één of ander wijze de aan­dacht van de toeschouwer of de luis­ter­aar te vangen.

Veel is de moeite waard.

Ken­nis van over heel de wereld is beschik­baar door een druk op de beroemde knop.

Je hoeft ook niet lang te wachten.

Nieuwe ontwik­kelin­gen op aller­lei ter­rein zor­gen er voor, dat infor­matie met de snel­heid van het licht overal beschik­baar is.

Neem het gebied van de medis­che weten­schap. Mensen in Ne­derland kun­nen vri­jwel direct geholpen wor­den aan hun kwalen, omdat aan de andere kant van de wereld­bol, iemand gis­teren het juiste geneesmid­del heeft ontwikkeld. Oper­aties kun­nen via satel­li­etverbindin­gen wor­den uit­gevo­erd. Men staat voor niets.

Niet alleen ken­nis neemt een grote vluch­t. Ook de wens om het beschik­baar te hebben neemt toe. De hec­tiek van het dagelijks leven zorgt voor stress en over­span­ning. In het be­drijfsleven neemt nie­mand meer genoe­gen met een lev­er­tijd die langer is dan die van de con­cur­rent. Pos­torderbedri­jven gaan er prat op, dat ze bin­nen 24 uur de bestelling op de stoep hebben staan. Gemak dient de mens.

De keerz­i­jde is, dat iedereen in die maal­stroom dreigt te wor­den meegenomen. Nie­mand lijkt er toe in staat, om zich er met goed fat­soen aan te ont­trekken. Want doe je niet mee, dan word je een out­cast: een buiten­staan­der. De kar­avaan trekt dan aan je voor­bij en je bli­jft een­zaam en ver­laten achter. Je hebt de boot gemist.

Zoals gebruike­lijk gaat deze ten­dens ook niet aan het christe­lijk erf voor­bij. Ook daar geldt vaak en steeds meer: mee­doen of achterbli­jven. En van­daag de dag is het vooral de belev­ing, die een rol speel­t. Aan the­o­rie heeft men niets: het moet wor­den beleefd. Het vreemde is dat ook onder chris­te­nen de angst aan­wezig is, de boot te mis­sen: krijg ik nog wel een kans? Is dit van God? Ver­sta ik de teke­nen van de tijd wel?

We moeten daar niet licht­vaardig over denken: Het is een vorm van ter­reur vanuit de geestelijke wereld. Vele sek­ten houden op die manier hun leden vast. Als men niet meer mee wil doen, wordt men uit­gestoten en hoor je er niet meer bij. En dat is, zo leert men, wel zo’n beetje het erg­ste, dat je kan overkomen.

Aller­lei golf­be­weg­in­gen bren­gen de chris­te­nen in bewe­ging en veroorza­ken niet zelden een enorme onrust. Maar wat moeten we er nu mee? Wat is nu goed? En wat is nu niet goed? De hamvraag is eigen­lijk: wat denkt God er nu van? Want niet het inzicht van mensen of hun gevoe­lens bepalen, welke richt­ing de juiste is. Het is Gods woord dat bepaalt waar het heil te vin­den is. Jezus geeft in zijn hoge­priester­lijk gebed de kern van de ware ken­nis aan: dit nu is het eeuwige leven, dat zij U ken­nen en Jezus Chris­tus, die Gij gezon­den hebt.

Het woordje ken­nen heeft in de schrift veel meer diep­gang dan in ons taal­ge­bruik. Het is afgeleid van beken­nen of gemeen­schap hebben. Als je iemand kent, dan weet je pre­cies wie die ander is. Er bestaat geen mis­ver­stand meer over wat die ander denkt en voelt. Van­daar dat vooral bin­nen het huwelijk sprake is van het elkaar beken­nen: jezelf rest­loos aan die ander overgeven, zon­der reserves.

Nu is het zo, dat vooral voor het bij­belse begrip van ken­nen, woor­den onmis­baar zijn. Juist door met elkaar te spreken, elkaar het hart te ope­nen, leer je die ander ken­nen. De maal­tijd was voor de jood daar­voor zo’n gele­gen­heid, om eens een goed gesprek te voeren. Tij­dens het eten kon je bin­nen de intieme sfeer van de huiselijke kring eens diep op elka­ars gedachten ingaan. Het is dan ook niet vreemd, dat Jezus met name tij­dens de laat­ste maaltijd, voor­dat Hij werd overgele­verd om gekruisigd te wor­den, zijn hart naar de discipe­len heeft geopend.

Dat brengt ons op de kern van de over­denk­ing. God leer je ken­nen door Zijn woord. Onze God is een sprek­end God. Hij open­baart zijn diep­ste gedachten aan diege­nen, die Hem met heel hun hart zoeken. Maar omdat we gewend zijn onze informa­tie via der­den te ont­van­gen, gefil­terd door de cen­suur van het medium, zijn we zelf steeds min­der in staat om te onderschei­den waarop het aankomt. Er wordt een soort gemene veelvoud gezocht: als ook de buur­man het ziet zit­ten, zal het wel in orde zijn. In een dergelijke houd­ing schuilt echter een ge­vaar. We raken onze afhanke­lijkheid van God kwijt.

God is een per­soon­lijke God. Hij spreekt tot jouw en mijn hart. Zelfs als het woord via anderen gespro­ken wordt, zal het nog in mijn hart moeten klikken. Maar ook daar zit weer een addertje onder het gras: want ben ik wel in staat om te on­derscheiden wat er “klikt” of niet? Of ben ik het uitein­delijk zelf, die bepaalt wat wel of niet door de beugel kan? Zo kom je van de regen in de drup.

Het gaat om de harts­gesteld­heid. Zijn we bereid om Gods wil te doen of niet. Ongeacht de con­se­quen­ties. Wie Mijn wil doen wil, zal weten of…, zegt Jezus. Het is een kwestie van geloof en van vertrouwen. Geloven dat God in staat is om tot je hart te spreken. En het vertrouwen dat je het ook zult ver­staan op het moment dat het nodig is. En soms is vol­hard­ing nodig om te verkri­j­gen het­geen beloofd is.

Het gaat om het ken­nen van God. Er is voor de chris­ten maar één ding belan­grijk: Hem ken­nen. Dat is het eeuwige leven. In het boek Nehemia staat, dat de vreugde des Heren onze toevlucht is. In het engels is er een lied van gemaakt: the joy of the Lord is my strenght” (de vreugde des Heren is mijn kracht) Beste vrien­den: dat houdt ons op de been. Het ken­nen van de vreugde van de Here. Onze uit­gang­stekst spreekt over het beha­gen dat de Heer heeft in goed­ertieren­heid en het doen van recht en gerechtigheid op aarde. Het feit dat God recht doet, geduldig is jegens het zwakke, en uitein­delijk de grote triom­fator zal zijn, geeft ons de rust om in te gaan in Zijn tegen­woordigheid. God heeft het laat­ste woord.

We mogen geni­eten van de zegenin­gen van deze tijd: alles is immers het uwe, zegt Paulus. Maar we hoeven ons niet te laten veron­trusten: hier is de Here, of daar is de Here. Zij die op de Here wachten, put­ten nieuwe kracht. Chris­te­nen zullen aantrekke­lijke mensen zijn, omdat zij de rust van God in hun leven uit­stralen. Kracht voor van­daag en hoop voor de toe­komst, want onze God is een stand­vastig en onwankel­baar God. Als dat geen rust is?

Laat een reactie achter