Verbonden met God (3)

Deze beker is het nieuwe ver­bond in mijn bloed, die voor u uit­ge­goten wordt

Lucas 22:20b

Het laat­ste avond­maal van Davinci

Jezus kwam om ons alle­maal te vertegenwoordigen.

Zijn naam is Immanuel: God met ons.

Jezus was com­pleet mens en toch ook com­pleet God.

Als mens werd Hij de ver­bondsverte­gen­wo­ordi­ger van heel het menselijk geslacht.

En van­wege zijn God­delijkheid, kon Hij dat ook werke­lijk zijn.

Op de avond voor­dat Jezus leed en stierf, nam Hij een stuk brood en een glas wijn. Iedereen in die dagen wist, dat het een ver­bonds­maaltijd was. Hij liet het brood rondgaan. Hij liet de beker rondgaan en sprak de woor­den die boven deze med­i­tatie staan. Iedereen die op dat moment aan­wezig was, wist: dit is verbondstaal.

Als Jezus naar het kruis gaat, doet Hij dat in plaats van ons. Hij sluit het ver­bond met God met ons en voor ons. Wat heeft het menselijk ges­lacht het meeste nodig? Dat de zon­den vergeven wor­den, dat de macht van de satan over ons leven wordt ver­bro­ken, het menselijk ges­lacht heeft Leven nodig. Maar we hebben meer nodig dan dat: We hebben een hart nodig, dat graag doet wat God wil. We hebben een per­soon­lijke relatie met God nodig. Kort gezegd: De mens heeft het nodig om 1 te zijn met God.

Het ver­bond dat David met Jonatan had ges­loten, strekte zich uit tot Mefi­boset. Alhoewel deze er in de ver­bondss­luit­ing in geen enkel opzicht deel aan had gehad, was hij er volledig bij betrokken. Ondanks zijn vijand­schap mocht hij delen in de gun­st­be­wi­jzen die voortk­wa­men uit het pact dat zijn vader en David had­den gesloten.

Het lit­teken in de pols van David was er het bewijs van. Steeds als er een zweem van twi­jfel in het hart van Mefi­boset opkwam, was dat lit­teken vol­doende om die twi­jfel weer bij hem weg te halen. Het heeft zijn leven veran­derd. Juist van­wege het ver­bond kon hij niet meer degene zijn die hij daar­voor was. Miss­chien kreeg hij wel uitn­odigin­gen uit Lo-debar om er terug te keren. Maar dat kon hij niet meer. Zijn sta­tus was com­pleet veran­derd. Oude gewoon­ten moest hij afleggen, om er nieuwe voor in de plaats te krijgen.

Vanzelf­sprek­end was ook de houd­ing van Mefi­boset ten opzichte van David veran­derd. Hij was had ont­dekt, dat de gedachten die hij over hem had, in het geheel niet klopten. In plaats van haat­dra­gend was David liefde­vol. In plaats van op zijn leven uit te zijn, had David het leven van Mefi­boset rijk gemaakt. In plaats van hem alles af te nemen, had David hem alles overvloedig gegeven. Nee, Mefi­boset kon je nu niets meer wijs maken over David. Uit eigen ervar­ing had hij nu geleerd, wat voor vlees hij in de kuip had.

En dan te bedenken, dat hij er niets maar dan ook niets aan had bijge­dra­gen. In geen enkel opzicht was Mefi­boset in staat geweest om te zeggen, dat hij het had ver­di­end. Nee, inte­gen­deel: ondanks zijn houd­ing was hem, van­wege zijn vader, alles ten deel gevallen.

Het ver­bond dat David met Jonatan ges­loten heeft, is een bijna vol­maakt beeld van het ver­bond dat God met ons heeft gemaakt. In elk deel heeft het een link tussen ons leven en dat van hen.

Je zou kun­nen zeggen, dat wij zijn geboren in de fam­i­lie van Saul. Het hele menselijk ges­lacht is bang voor God. Dat hebben we via Adam geleerd. Adam en Eva ren­den weg voor God in de hof van Eden. En het hele nages­lacht van Adam is op de loop gegaan voor God. Vervuld van vrees. De duivel heeft het hart van elk menselijk wezen vervuild met de gedachte dat God ons haat. De duivel vertelt ons, dat God ons zal doden, als Hij ons een­maal te pakken kri­jgt. En het mid­del dat de satan gebruikt om ons dat te zeggen heet religie.

Religie is uit­gevon­den om God van ons weg te houden. Heb je daar wel eens over nagedacht? De mens weet wel dat God er is, maar hij wilde dat het niet zo was. En daarom vindt hij religie uit. We maken een huis en laten God daarin wonen. Want als Hij daar woont, bli­jft Hij ten­min­ste uit onze huizen weg. En we noe­men de plaats waar God woont: het huis van God. De mens tra­cht God onder con­t­role te kri­j­gen. Het “prob­leem” beheers­baar te maken.

Daar­naast maken we ook nog spe­ciale dagen, waarop we met z’n allen naar het huis van God gaan om Hem te bezoeken. Min­stens 1 keer per week is het zover. Dan stellen we ook nog spe­ciale mensen aan, om voor ons met Hem te praten. Zodat we maar niet in Zijn buurt hoeven te komen. Want dat zou vre­selijk zijn. Dat is religie. Het houdt God ver bij ons uit de buurt. Intussen gaan wij ons gang, zon­der dat we ons voort­durend bewust hoeven te zijn van die blik over onze schouder.

Van zo’n God kun je niet houden. Je bent blij dat Hij een flink eind uit de buurt woont. Maar onder­tussen is het hart vervult van rebel­lie tegen die God. De meest rebellerende mensen zijn religieuze mensen. Dat is de wereld waar we in leven. De wereld van kon­ing Saul. De leu­gen gelovend, dat God ons haat.

In ons ges­lacht, in onze fam­i­lie, kwam een spe­ciale Per­soon. Iemand die com­pleet deel uit maakte van het menselijk ges­lacht. Maar toch ook geheel anders was. Jonatan was een zoon van Saul. Maar zoveel als Saul David haatte, zoveel hield Jonatan van David. Nu staat er iemand in het menselijk ges­lacht op, van onze fam­i­lie, maar toch geheel anders: Jezus. Hij is zo anders, dat Hij onze ver­bondsverte­gen­wo­ordi­ger kan zijn. Waar in het menselijk ges­lacht kun je iemand van dat gehalte vinden?

Wie kan de plaats innemen van alle mensen? Wie is waardig genoeg om in plaats van alle mensen voor God te staan en een ver­bond met Hem sluiten? Wij zijn ver van God ver­wi­jderd. Wij kun­nen niet eens tot God naderen, al zouden we dat willen. Nie­mand van ons kan ons alle­maal verte­gen­wo­ordi­gen. Ik kan alleen maar mezelf pre­sen­teren. En ik kan niet tot God naderen, want ik ben het vanuit mezelf niet waardig. Wie is in staat om de plaats in te nemen van alle mensen?

Jezus kwam naar deze wereld om juist dat te doen. Dat zijn de zegenin­gen van het nieuwe ver­bond. Het ver­bond heeft Hem zijn leven gekost. Hij heeft zijn bloed er voor gegeven. Het ver­bond is met bloed bezegeld. Daar­door is het onver­breke­lijk. Nie­mand kan het ver­bond nog ongedaan maken. Voor eeuwig staat het recht overeind: God houdt van ons en heeft in Jezus Chris­tus een ver­bond met het menselijk ges­lacht ges­loten. De opstand­ing van Jezus Chris­tus vertelt ons dat het ver­bond ook werke­lijk is bekrachtigd. Door zijn opstand­ing heeft Hij ons kun­nen vertellen, dat onze zon­den vergeven zijn. Dat we niet meer bang hoeven te zijn voor God. Dat er een nieuw hart is voor een ieder die deel uit wil maken van het ver­bond dat Jezus Chris­tus voor ons heeft gesloten.

Elke keer als we de beker en het brood rond­de­len in onze geloof­s­ge­meen­schap, is dat het teken van dat nieuwe ver­bond. Het bewijs is het leven Gods, dat door zijn Geest in ons is uit­gestort. Religie heeft afgedaan. Er is ware vriend­schap met God mogelijk. God woont niet meer in een huis, maar in ons hart. En vanuit die gemeen­schap met God, gaat de liefde Gods uit naar dege­nen die nog geen deel hebben aan de zegenin­gen van het nieuwe verbond.

Net als Mefi­boset hebben ook wij niets toe te voe­gen aan het ver­bond. Het is ges­loten. Het enige dat we hoeven te doen is zeggen: dank U wel. Natu­urlijk zullen we onze Lo-debars vaar­wel moeten zeggen. Maar als je deel uit­maakt van het ver­bond, wie wil er dan  nog terug?

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>