Houd Mij niet vast!
Jezus zeide tot haar: Houd Mij niet vast, want Ik ben nog niet opgevaren naar de Vader..
Johannes 20:17a
Het slechtste dat de mensheid kon overkomen, was het kwijtraken van het leven Gods.
Toen in het begin Adam en Eva hun misstap moesten bekopen met de verwijdering uit het paradijs, stonden ze er alleen voor.
Eenzaam en verlaten moesten ze nu hun eigen weg zoeken op een wereld, die alleen nog maar doornen en distels zou voortbrengen.
Echter God, in zijn oneindige barmhartigheid, had de mens niet zonder hoop achtergelaten.
Hij beloofde dat uiteindelijk het zaad van de vrouw de kop van de slang zou vermorzelen. Alles dat van Godswege daarna met de mensheid en de schepping gebeurt, vormt een rode draad met als eindpunt: de vervulling van die belofte.
Een hoogtepunt in de geschiedenis is ongetwijfeld de toezegging aan Abraham. God verbindt zich onder een eed, als Hij zegt dat alle geslachten op de aardbodem in Abraham gezegend zullen worden. God geeft ook heel concreet aan op welke manier Hij dat wil gaan doen: door het zaad. Zaad van de gelovige Abraham. Vanaf dit moment wordt dat zaad van Abraham de rode draad in de wereldgeschiedenis.
Via Izaak en Jacob, loopt de rode draad verder via Juda. In Genesis 49:10 staat concreet: De scepter zal van Juda niet wijken, noch de heersersstaf tussen zijn voeten, totdat Silo komt en hem zullen de volken gehoorzaam zijn. Op een of andere manier is het woord Silo niet vertaald, maar het betekent: ‘Hij die het (uiteindelijk) allemaal toekomt’ of ‘Hij die het waardig is’
In de volheid van de tijd is daar het grote moment. Alle profeten in het oude-verbond hebben er al melding van gemaakt: Jezus wordt geboren. Maria, die vanzelfsprekend zeer onder de indruk is van het grote werk, dat God zelf in haar heeft gedaan, roept uit: “Hij heeft zich Israel zijn knecht aangetrokken om te gedenken aan zijn barmhartigheid, gelijk Hij gesproken heeft tot onze vaderen, voor Abraham en zijn nageslacht in eeuwigheid”. In zijn lofzang zegt Zacharias de vader van Johannes de doper, het nog duidelijker: “.. en zijn heilig verbond te gedenken, de eed, die Hij zwoer aan Abraham, onze vader, dat Hij ons zou geven, zonder vreze, uit de hand der vijanden verlost, Hem te dienen..”
De rode draad leidt naar de eindfase. Het zit er bijna op. En dan is daar Jezus, de van God Gezondene, de Messias, de Gezalfde. Hij is degene die waardig is. Later in de Openbaringen komt Johannes erop terug. Dan is op de vraag: “wie is waardig?”, het antwoord: “..zie, de leeuw uit de stam van Juda, de wortel Davids,…” En later wordt door de tienduizenden en duizenden duizendtallen gezongen met luider stem: “Het Lam, dat geslacht is, is waardig te ontvangen de macht en de rijkdom en de wijsheid en de sterkte en de eer en de heerlijkheid en de lof” Jezus is het Lam, is Silo, waar het in de zegen van Jacob aan Juda over gaat.
Als Jezus aan het kruis hangt, lijkt alles voorbij. Alle aanwezigen hebben de dood van die eenvoudige timmermanszoon gadegeslagen en, ach, veel bijzonders was het niet. Het werd wel plotseling donker zo midden op de dag, maar verder? Was dat nu alles. Hij was zelfs nogal snel gestorven. Zo snel, dat de soldaten niet eens zijn benen hoefden te breken om het stervensproces wat te bespoedigen. Zelfs God, die Hij toch al die tijd zijn Vader had genoemd, had Hem in de steek gelaten. Nee, opbouwend was het niet geweest. En een beetje timide keren ze huiswaarts.
Het is donker. Door de uitgestorven straten van Jeruzalem loopt een eenzame figuur. Maria van Magdala. Ze heeft wat middelen bij zich om de dode te kunnen zalven.
Even later staat Maria huilend bij het lege graf. Dan heeft ze, als eerste van de volgelingen van Jezus, een ontmoeting met Hem. Hij is niet dood. Maar wat ze meemaakt, dringt nog niet echt tot haar door als ze zegt: Rabbi, meester.
Het antwoord van Jezus zijn de woorden, die aan het begin van deze overdenking staan. Opvallend. Juist wanneer blijkt, dat Hij niet dood is, maar levend, wordt er gezegd: houd mij niet vast. Maar dat was nu juist wat ze zo graag wilde: Hem vasthouden. Hem meenemen naar huis. Voor Hem zorgen. Zijn wonden verbinden. Hem te eten geven. Van Hem horen hoe het nu toch in hemelsnaam mogelijk was, dat Hij nu zo met haar sprak.
Houd mij niet vast. Het heeft alles te maken met de belofte die was gedaan aan de vaderen, aan Abraham, aan Adam. Het was nog niet af. De belofte aan de vaderen was nog niet volledig afgerond. Als Jezus later met zijn discipelen op de berg staat, vlak voor het moment dat Hij in de heerlijkheid van de Vader wordt opgenomen, zegt Hij tegen de discipelen dat ze moeten wachten op de belofte van de Vader. Het gaat niet om ‘een’ belofte, maar om ‘de’ belofte. Als Petrus later, vervuld van de Heilige Geest, vrijmoedig zijn eerste toespraak houdt, zegt hij: “Nu Hij dan door de rechterhand Gods verhoogd is en de belofte des Heiligen Geestes van de Vader ontvangen heeft, heeft Hij dit uitgestort wat u ziet en hoort”
In een vorige meditatie gaf ik aan, dat Jezus Christus zelf in de gelovige zijn kerk bouwt. Welnu, in deze meditatie geef ik aan op welke manier Hij dat doet: door ons deel te laten hebben aan de belofte, die reeds vanaf het begin op de vervulling wacht: Jezus Christus, het zaad van Abraham, wonend in ons, door de heilige Geest. Maria mocht Jezus niet vasthouden.
Later heeft ze begrepen waarom niet: Jezus wilde namelijk meer dan dat, Hij wilde in haar en in al zijn volgelingen woning maken. Het ware zaad van de vrouw heeft de slang de kop vermorzeld. Zodat ook zij deel mogen hebben aan de goddelijke natuur, ontkomen aan het verderf, dat door de zonde in deze wereld heerst.
