Archief voor juni 2011

want ik zal het niet wagen van iets anders te spreken dan van het­geen Chris­tus door mij bew­erkt heeft…door de kracht des Geestes

Romeinen 15:18 en 19b

Stromen van lev­end Water

Als Paulus deze verzen op schrift laat stellen door Ter­tius, heeft hij reeds alles gezegd, waaraan wij denken als we het hebben over de Romeinen­brief: De recht­vaardig­ing door het geloof, de natuur van het volk Israël, de uit­leg over het gestor­ven zijn met Chris­tus en het leven in nieuwheid des lev­ens, het vrij zijn van de wet.

De brief is geschreven, de envelop gaat er bijna omheen en de postzegel wordt al gelikt.

En dan maakt hij deze opmerk­ing tussendoor. En je zou hem makke­lijk over het hoofd kun­nen lezen.

Maar juist in deze verzen laat Paulus het hart van zijn bedi­en­ing zien.

Lees meer »

Maar gij zijt genaderd tot de berg Sion, tot de stad van de lev­ende God, het hemelse Jeruzalem…

Hebreeën 12:22

De reis van Christen

Het is ruim driehon­derd jaar gele­den, dat John Bun­yan het inmid­dels wereld­beroemde werk “De Chris­ten­reis” schreef.

In het ver­haal wordt het leven van iemand met de naam Chris­ten als een reis afgeschilderd.

Hij is onder­weg naar een plaats waar het goed toeven is.

Onder­weg komt hij aller­lei per­so­nen tegen.

En elke per­soon trekt min of meer een tijdje met hem op.

Niet altijd komen ze goed terecht, maar altijd is er weer een uitweg uit de soms ellendige omstandighe­den, waar Chris­ten (en zijn eventuele met­gezellen) in verzeild raken.

Lees meer »

Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heer­schap­pij zal rusten op zijn schouder en men noemt hem Won­der­bare, Raads­man, Sterke God, Eeuwige Vader, Vre­de­vorst. Groot zal de heer­schap­pij zijn en ein­de­loos de vrede op de troon van David en over zijn koninkrijk…”

Jesaja 9:5–6

Je moet het één keer hebben meege­maakt; je hoeft echter niet naar Mekka

Van­daag de dag groeit onder velen het ver­lan­gen, dat Jezus zich aan de wereld open­baart in grote kracht en luister.

Zij zien om zich heen de ver­word­ing van de aarde en de samenleving.

Aan de ene kant de aarde die let­ter­lijk lijkt te ver­sli­jten en aan de andere kant het morele ver­val van de men­sheid zelf.

De tijd waarin wij leven, is geken­merkt door doel­loosheid, gejaagdheid en onmacht.

Doel­loosheid, van­wege het gevoel met elkaar in een vicieuze cirkel te zijn terecht gekomen. Gejaagdheid om toch opti­maal gebruik te kun­nen maken van onze ‘ver­wor­ven­heden’ en onmacht om die vicieuze cirkel te door­breken.
Lees meer »