Gelijk aan God

Maar, iemand heeft ergens betu­igd, zeggende: Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, of des mensen zoon, dat Gij naar hem omziet?”

Hebreeën 2:6

Een ‘groot’ denker uit de peri­ode, die men de ver­licht­ing noemt: Jean-Jacques Rousseau

Het zelf­beeld van de mens in onze tijd, stelt dat van de tijd van de ver­licht­ing in de schaduw.

De algemene gedachten ten opzichte van de mens zijn ongek­end posi­tief. Er is bijna niets dat hem onmo­gelijk is en hij denkt overal aan.

De vraag is dan ook niet af of er nog een God geïn­ter­esseerd is in de mens, maar of de mens nog wel geïn­ter­esseerd is in een God.

En om die reden wil ik het deze week hebben over de atten­tiewaarde die uit­gaat van de kreet: “wat is de mens?”.

De psalmist, bij wie de schri­jver aan de Hebreeën, leen­t­je­buur heeft gespeeld, vraagt zich dat in alle ernst af: “Wat betekent nu die mens?”

Hij vergelijkt die mens met de rest van de schep­ping. En ter­wijl hij de ster­ren staat te bewon­deren (reken maar dat er in die tijd en op die plaats een aan­tal te zien waren), over­weldigt hem plot­sel­ing de groot­sheid van Gods werken.

Lees verder

God ontmoeten

Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven; doch wie aan de Zoon onge­hoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn Gods bli­jft op hem.

Johannes 3:36

De zon komt op over het meer van Galilea

ALLEEN VIA JEZUS

Het is van belang te onderken­nen dat er bij ieder mens een ver­lan­gen is naar een open­bar­ing van God en te begri­jpen waar dit ver­lan­gen van­daan komt. Vanaf het begin der men­sheid zoekt men al naar het Hogere.

Er is iets in de mens, dat hem vertelt dat hij er niet zomaar is. Zijn “zijn” of “bestaan” heeft een doel. Ieder mens is daar­van in meer of min­dere mate van overtuigd.

Er zijn er wel, die het ontken­nen. Maar dat is veel meer zoi­ets als je kop in het zand steken.

Lees verder

Geef de moed niet op

Daarom ver­zoek ik u met aan­drang de moed niet op te geven bij mijn ver­drukkin­gen om uwen­twil, want die zijn een eer voor u”

Efez­iërs 3:13

Een bij­bel — Vin­cent van Gogh

De bij­bel is een bij­zon­der boek. En dat in meerdere opzichten. Er bestaat in de geschreven wereld niets, dat er mee vergelijk­baar is. Een eigen­schap die toch wel het meest in het oog springt, is dat het een lev­end boek is. Het leeft.

Als je het echter in je han­den houdt, is het een stapel bedrukt papier, dat bij elkaar gehouden wordt door een kaft. Of, de mod­erne ontwik­kelin­gen niet te ver­geten, een zil­ver­schi­jfje met infor­matie, die alleen via een com­puter is te lezen.

Lees verder